De wereld van Woord- versus Beelddenkers en HSP

welkom5.gif

Geraakt, gekwetst, verworpen of dan toch bemind? Het ligt niet altijd gemakkelijk in de huidige samenleving voor Beelddenkers en Hoog Sensitieve Personen. En toch... ze hebben hun meerwaarde in deze samenleving, en als ze zich kunnen recht houden, niettegenstaande onbegrip, wegens gebrek aan empathie jegens hun gevoelens, soms zo moeilijk in woorden uit te drukken, dan worden ze dan toch erkend. Beelddenkers die niet ten onder gaan hebben immers vlugger dan anderen een "globaal beeld" van dingen en situaties. Beelddenkers zijn meestal ook Hoog Sensitieve Personen wat een bijkomend pluspunt is want dan voelen ze ook vlugger dan anderen situaties en personen aan.
Werkelijke pareltjes dus, emotioneel, sociaal en "gewoon" intelligent. Maar wat als je je opsluit in je harnas dat je beschermt tegen ruwheid, tegen onbegrip? Waarom kan iedereen je gedachten niet lezen? Waarom steeds die woorden, meestal te grof om de diepte van je dikwijls gekwetste gevoelens te uiten? Waarom die vragen? Waarom nog spreken als er geen echt contact is? en geen respect?

Hier stellen we geen vragen, maar via blog- en nieuwsberichten trachten we in deze club, een steuntje te geven aan beelddenkers en HSP'ers. Een bevestging van je Zijn en je Zelf.

Groeten van calamandja.

valrose.gif
  • Verander je denken, verander jezelf

    01.01.2012 | 12:38

    In de tijd van goede voornemens ga je bij jezelf te rade: wat zou ik aan mijzelf willen veranderen? Neurowetenschapper Joe Dispenza vertelt in Ode hoe je hersenen tot meer in staat zijn dan we denken. Ze zijn niet statisch, maar in staat om te veranderen en zich aan te passen. Hoe vaker een bepaald…
    Lees meer…

  • De uitdaging: verander je gewoonte in 30 dagen

    01.01.2012 | 12:29

        Denk jij dat gewoonten lastig te veranderen zijn?  Mis! Het blijkt dat mensen  maar 30 dagen nodig hebben om een nieuwe gewoonte aan te leren of van een oude af te komen. Dus, bedenk iets wat je altijd al wilde, of gewoon iets wat je heel leuk lijkt om eens te doen en doe het een maand lang elk…
    Lees meer…

  • Hoe stoppen je zorgen te maken?

    28.12.2011 | 03:12

    Van de blog van Marian van den Beuken.  Een kersverse grootmoeder van een gezonde baby vertrouwde me toe dat ze zich veel zorgen had gemaakt of de zwangerschap en de bevalling van haar dochter wel goed zou verlopen. Ze vroeg me: Hoe kan ik stoppen, me zorgen te maken? Haar vraag trof me en deed me …
    Lees meer…

  • Het compassie-instinct

    25.12.2011 | 21:07

        Onderzoek toont aan dat compassie jegens anderen de geestelijke en fysieke gezondheid verbetert.     De Dalai Lama houdt ons al jaren voor dat we er gelukkig van worden. Hij heeft er niet bij verteld dat het ook nog gezond is. ‘Als je wilt dat ánderen gelukkig zijn,’ zo luidt het eerste deel va…
    Lees meer…

Believe in all your dreams

handboek-voor-klein-geluk-big.jpgVan die kleine, gewone dingen in het dagelijks leven waar je even helemaal gelukkig van kan worden. Een gloednieuw tijdschrift, versgebakken brood, een leuk voorval in de metro, iedereen kent ze wel. Inge de Jager en Maria Grijpma schreven een boekje, vol met recepten en aanwijzingen voor een moment van klein geluk wanneer je daar behoefte aan hebt.

Het Handboek voor klein geluk is, zo vertellen de schrijfsters, met name gericht op vrouwen, die in alle drukte af en toe een moment van inspiratie kunnen gebruiken. Voorin het boek zoek je op wat je nodig hebt: Vrolijkheid, Rust, Natuur, Aandacht. Bij iedere behoefte vind je suggesties over bijvoorbeeld lachen, bloembollen planten, verandering in je gedachten, smartlappen schrijven, met aandacht aanraken of zwerven langs het strand. De 85 korte recepten kosten vaak niet meer dan tien minuten en kun je aanpassen aan jouw smaak, zoals je bij een echt recept ook doet.

Onderaan de pagina’s lees je steeds een kleine noot van de auteurs, met hun ervaringen of toepassing van het ‘recept’. Het boek is tot stand gekomen via het platform tenpages.com, waar de schrijfsters aan de hand van hun eerste pagina’s 2000 aandelen verkochten. Tien procent van de opbrengst van het boek gaat naar het vrouwenfonds Mama Cash, dat wereldwijd initiatieven van vrouwen- en meidengroepen ondersteunt.

Lisette Thooft, columniste van Ode, schreef het voorwoord van het handboek voor klein geluk. Ze schrijft: “Het geluk zit namelijk niet in dingen, maar in jezelf: in de kwaliteit van je aandacht. De vraag is hoe je de kwaliteit van je aandacht kunt verfijnen en verbeteren. En daarvoor lijkt dit boek me een prettige en praktische wegwijzer. Geniet.

   

Bron: nl.odemagazine.com

1.jpg
Een biografie van de liefde wilde Lisa Appignanesi schrijven. Van de prille liefde tussen moeder en kind, over de gekmakende pieken en dalen van de hartstochtelijke liefde, tot de rust en houvast die vriendschap kunnen bieden. 'Alles over de liefde. Anatomie van een onbeheersbare emotie' is een reis langs 'onze laatste sociaal aanvaarde vorm van waanzin'.

Ze heeft charme en pit, Lisa Appignanesi (65). Rugpijn doet haar om de haverklap uit haar stoel opveren, vermoeidheid en nervositeit hebben haar weer naar de sigaret doen grijpen - 'ik ben enkele weken geleden gestopt', maar de enthousiaste verhalenvertelster in haar is goddank ongedeerd. Alles over de liefde is een panoramisch boek: een brede kijk op de vele gezichten van de liefde. Op wie worden we verliefd en waarom? Waarom blijven sommigen maar keer op keer verliefd worden? Waarom bedriegen we? Hebben mannen en vrouwen op dezelfde manier lief? En hoe zit het met de veranderde betekenis van seks en intimiteit? Het boek sluit vrijwel naadloos aan op Gek, slecht en droevig, dat Appignanesi enkele jaren geleden schreef over de geschiedenis van vrouwen en psychiatrie. Want verliefd zijn is altijd een beetje waanzin.

U noemt liefde een van de laatste sociaal aanvaarde vormen van waanzin. Bestaat de kans dat we ook daarin onze vrijheid verliezen?

'Ik maak me daar soms zorgen over, ja. Ga maar eens na hoe uitgebreid ons classificatiesysteem voor psychische stoornissen vandaag is: het zit tjokvol verschijnselen die we ooit als normaal of gezond beschouwden. Liefde is de enige vorm van gekte die ons als mentaal gezonde mensen nog rest. Passionele liefde gaat over extase en over lijden: dat lijkt op waanzin. Nu goed: dat is het ook. En wat dan nog? Binnenkort maakt men ons misschien wel wijs dat het veel verstandiger is een pilletje te nemen om op een gecontroleerde manier de extase te bereiken en om ook sneller uit het dal weer naar boven te klimmen. Ik vrees dat de liefde ons als laatste extreme ervaring dreigt afgenomen te worden.'

Is het niet zo dat de passionele liefde juist sterk geromantiseerd en op handen gedragen wordt in onze cultuur? 

'Dat klopt. Ze fascineert ons en we hebben haar in zekere zin ook nodig. Verliefdheid en hartstocht veranderen je. En tegelijk leer je veel over jezelf en andere mensen. De obsessie waar je aan lijdt, zorgt ervoor dat je doorlaatbaar wordt. Je bent veel ontvankelijker voor andere mensen in die periode. De heftigheid van je gevoelens dwingt je om na te denken over wie je bent en wat je zou kunnen worden. Een mens kan jarenlang, zelfs decennialang, op zijn hoede zijn voor de liefde. Ze wordt op een afstand gehouden, verketterd, bij het vuil gezet. Maar dat kan omslaan en ik denk dat het goed is als het gebeurt. Ik houd heus geen pleidooi voor lijden. Maar ik geloof wel dat dit soort lijden je sterker en rijker kan maken.'

Het valt op dat seks verkoopt, maar dat onze grootste fascinatie naar de liefde blijft uitgaan. Of zeg ik dat alleen maar omdat ik een vrouw ben?

'Uit mijn interviews, lezingen en observaties heb ik geleerd dat mannen net zo ontvankelijk zijn voor liefde en verliefdheid als vrouwen. Het culturele cliché dat mannen niet willen praten over de liefde, dat ze er niet eens aan willen dénken, leeft vooral in Angelsaksische landen. Ik krijg ontzettend veel reacties op dit boek en een grote helft daarvan komt van mannen. Ze worstelen vooral met het begrip mannelijkheid. Hun rol is zo vaag geworden. Als ze geen oorlog hoeven te voeren en niet langer de beschermer van de familie hoeven te zijn, waarin ligt hun sterkte dan nu? Ook seks is voor hen, en bij uitbreiding voor iedereen, verwarrend geworden. Het is niet alleen uit de taboesfeer gehaald, neen, je moet seks hebben, consumeren, najagen, zoveel je maar geven kan. Als je dat niet doet, dan heet het dat je ongezond, ongelukkig en onvervuld bent. Het gevolg is dat veel mensen zich in deze wereld van potentiële overdaad zorgen maken over hun seksualiteit. Maar geen nood: gelukkig bestaat er intussen een zeer ruime adviescultuur om je te vertellen hoe je die zorgen aanpakt (lachje). De opwinding die mensen met seks associeerden toen het nog verboden was, zijn we grotendeels kwijtgespeeld. We moeten ons daarover bezinnen.'

Pleit u nu voor een terugkeer naar een strenge seksuele moraal?

'O neen, ik wil niet klinken als een preutse oude vrouw, alsjeblief! Schrijf maar dat ik seks fantastisch vind (lacht). Het jammere is alleen dat we het losgemaakt hebben, het tot fetisj gemaakt hebben. En ik denk, neen ik zie, dat dat niet genoeg is voor de meeste mensen. We hebben behoefte aan betekenis. Ik heb de indruk dat jonge mensen weer op zoek gaan naar die betekenis. Ze proberen zich te herpositioneren na alle overdaad.'

U schrijft dat u nog steeds de tranen in uw ogen krijgt wanneer u het liedje 'A la claire fontaine' hoort. Vooral de zinnen 'Il y a longtemps que je t'aime. Jamais je ne t'oublierai'. Waarom raakt dat liedje u zo sterk?

'Ik was nog een kind toen ik het voor het eerst hoorde. Ik vatte de woorden niet helemaal, maar er hing mysterie rond. Het ging over liefde uit het verleden, die er in het heden nog steeds was. En het reikt naar de toekomst, waarin alleen nog de herinnering en het verlangen overblijven. Het heeft met nostalgie te maken, met hunkering ook. Met heimwee naar de tijd waarin het gevoel nog niet benoemd hoefde te worden. Zolang je een klein kind bent dat zich koestert in moederliefde, is er alleen maar dat gevoel. Zodra de liefde in woorden gevangen wordt, kom je in een rationele wereld terecht. En toch blijven we ons leven lang hunkeren naar de tijd toen we als twee zielen op een vanzelfsprekende manier één waren.'

Is het niet gek dat er maar één woord bestaat om liefde te vatten? Passionele verliefdheid kun je toch niet onder één noemer brengen met liefde tussen ouders en kinderen, broers en zussen

'Ik geloof dat de energie in al die vormen van liefde vergelijkbaar is. In elke vorm van liefde zit wel een element van passie. Er zit vaak een seksueel gevoel in. Tussen moeders en hun jonge kinderen hangt onmiskenbaar een sterke sensualiteit, dezelfde energie die je bij seks voelt. Het is natuurlijk niet helemaal hetzelfde, maar die onweerstaanbare behoefte om aan te raken, te strelen, te kussen is in beide gevallen even sterk. We experimenteren voortdurend met alle mogelijke vormen van liefde. In de loop van ons leven kunnen we zelfs met één mens veel soorten liefde beleven. Een passionele liefde hoeft heus niet in de dood te eindigen, zoals het romantische cliché ons wil laten geloven. Het kan overgaan in een gesettelde liefde. In pure vriendschap soms. En wellicht zullen er ook periodes van haat tussen zitten. Want zolang er haat is, is er liefde. Haat is niet de keerzijde van liefde. Desinteresse, onverschilligheid is dat wel.'

U zet zich af tegen de neiging om alles wat menselijk is te bekijken vanuit evolutionair-biologisch perspectief. Ook de puur neurologische kijk op liefde zint u niet. U haalt uw wijsheid liever bij schrijvers en filosofen. Vaart u bewust tegen de stroom in?

'Mensen zijn toch veel ingewikkelder dan een stelletje neuronen, dan wat bedrading in de hersenen. Nu vertellen wetenschappers ons met veel tamtam dat het goed is als we kinderen aanraken en knuffelen. Je ziet het in de hersenen, en je kunt nu ook meten in welke mate het hun stress doet verminderen. Goed voor die wetenschappers! Miljoenen moeders uit de hele wereld hadden hen dat natuurlijk allang kunnen vertellen.' 

'Wetenschappers zijn ook maar mensen. Ze gaan voortdurend op zoek naar bevestiging voor dingen die ze eigenlijk al wisten. Ik zeg niet dat wetenschappelijk onderzoek niet waardevol kan zijn, maar als het over de liefde gaat, kan het op geen enkele manier op tegen de verhalen die mensen vertellen. Rationaliseren doen we alleen maar als we excuses of een verklaring zoeken. We leven in een tijd waarin we alle antwoorden zoeken in chemische en biologische modellen. Het is te simpel, te onvolledig.'

Uw boek eindigt met een pleidooi voor vriendschap. Is vriendschap voor u de hoogste vorm van liefde?

'Dat is te kort door de bocht. Het is wel zo dat vriendschap in verschillende periodes in de geschiedenis als hoogste vorm van liefde beschouwd werd. Neem nu het oude Griekenland: aan de basis van het filosofische discours lag de conversatie tussen vrienden die elkaars talent bewonderden. Die wederzijdse waardering van wat de ander in zich heeft is, denk ik, hoogstaander dan de bliksemschicht van de hartstocht. Ik denk dat we in dit tijdsgewricht vriendschap gaan herwaarderen zijn. Familieleden zwermen uit over de hele wereld, liefdesrelaties gaan kapot. Maar voor onze vrienden kan onze affectie een leven lang blijven duren. We voelen ons allemaal weleens verdwaald op de wereld, op de dool. Vrienden kunnen ons het gevoel geven dat we weer thuis komen. Vriendschap is een vorm van liefde die we meer naar waarde moeten leren schatten.'

Had u dezelfde accenten gelegd indien u dit boek pakweg twintig jaar geleden geschreven had?

'Misschien niet. Maar ik ben blij dat ik dit boek nu pas geschreven heb. Ik heb zoveel verschillende soorten liefde gekend. Ik heb zelf een levensgeschiedenis in de liefde. Pas nu kan ik een stap achteruit zetten en reflecteren. Ik hoop dat andere mensen er iets aan hebben. Maar ik wilde in geen geval een zelfhulpboek schrijven. De zelfhulp- en adviescultuur maakt juist dat mensen zich slechter gaan voelen. Ik wilde verhalen brengen. Over het paradoxale wezen dat de mens is. Over de bokkensprongen van de liefde, over de schoonheid ervan. En over die vormen van liefde die te weinig gewaardeerd worden omdat ze altijd in de schaduw van de hartstocht blijven staan.'

Bron: Kathleen Vereecken; De Standaard (www.standaard.be); 12 november 2011.

Zie ook de videoclips met interview met de schrijfster op cobra

1001004008287681.jpg

Hooggevoeligheidsdeskundige Susan Marletta-Hart stelde een praktisch boek samen, met een cd vol meditaties en oefeningen die hooggevoeligen helpen hun ware kracht te vinden. 

Tekst en cd vormen een aanvulling op het succesvolle 'Leven met hooggevoeligheid'. De informatieve tekst over hooggevoeligheid wordt geïllustreerd met korte ervaringsverhalen en aangevuld met concrete oefeningen. Zowel de oefeningen als de meditaties op cd hebben een zeer positieve uitwerking op hooggevoeligen en ondersteunen ze in hun zelfvertrouwen.

Een bemoedigend boek in het leven van ieder die zichzelf als hooggevoelig heeft herkend.

Susan Marletta-Hart volgde een opleiding in shiatsu, Chinese drukpuntmassage. Daardoor ontdekte zij haar hooggevoeligheid, waarover zij vervolgens verschillende boeken schreef. Zij woont en werkt in Zwitserland, maar geeft ook in Nederland workshops en trainingen voor hooggevoeligen. 

NBD|Biblion recensie
Wanneer mensen veel prikkels van buiten krijgen, kunnen ze rusteloos worden. Energie lekt weg en dit kan uiteindelijk leiden tot burn-out. Hooggevoelige mensen zijn hier extra gevoelig voor. Zij nemen meer prikkels waar en nemen meer informatie op uit hun omgeving dan anderen. Vele hooggevoeligen ervaren een dagelijkse worsteling met heel alledaagse activiteiten en ontmoetingen. In dit boekje worden verschillende aspecten van deze worsteling toegelicht, aangevuld met korte ervaringsbeschrijvingen. Beschreven oefeningen maken het bovendien mogelijk beter om te leren gaan met het verwerken van de vele prikkels. Door de algemene aard van de beschrijvingen en oefeningen kan het boekje ook gebruikt worden door iedereen die meer behoefte heeft aan innerlijke rust. Het boekje heeft een afwijkend vierkant formaat. Met cd met daarop twee uitgebreide meditatie-oefeningen van elk een half uur.

(NBD|Biblion recensie, B. de Leeuw)

Hooggevoelig

22148.jpg

Steeds meer mensen bestrijden, met pillen of via andere middelen, een gemoedstoestand die ze depressie noemen. Volgens de Nederlandse psychologe en filosofe Trudy Dehue wordt dat ziektebeeld te vaak als label gebruikt en misbruikt.

Hoe kan het dat veel mensen in de westerse wereld zo diep ongelukkig zijn terwijl er zoveel welvaart is, vraagt Trudy Dehue zich af bij het begin van haar lezing in het Beurskaffee te Brussel. Het feit dat het gebruik van antidepressiva almaar toeneemt, vormt hiervan slechts een indicatie. Anderen gaan in gesprekstherapie of zoeken via een alternatieve behandeling verlichting voor hun bezwaard gemoed. Vrouwen nemen hierbij het voortouw.

Zou het kunnen dat depressie altijd al bestond onder een andere naam, is een vraag waarmee Dehue afrekent. Van Hippocrates over Burton, Kraepelin tot Freud was er aandacht voor somberte. Melancholie werd het ook genoemd. Volgens Dehue geeft het geen pas om met het beeld dat we vandaag van depressie hebben terug te keren in de geschiedenis. Er is geen lijn te trekken tussen de beschreven kwalen van toen en wat ons nu voor ogen staat bij het begrip depressie. Freud, die nog het dichtst bij ons staat, zag het als naar binnen gekeerd verdriet als gevolg van onverwerkt verlies. In de 21 ste eeuw is het spectrum veel breder.

Het is ook niet zo dat we vandaag bepaald kleinzeriger zijn dan mensen vroeger waren, stelt Dehue. Wel is het zo dat leed tegenwoordig nogal vlot als een soort ziekte wordt gezien. 
Het is wel degelijk de samenleving die mee bepaalt hoe men met sombere gevoelens omgaat. En de farmaceutische industrie die psychofarmaca naar voor schuift om het gemoed van mensen op te klaren, geeft natuurlijk mee richting aan het debat.

Verdriet heeft natuurlijk altijd al bestaan en onbestemde sombere gevoelens ook. Het is pas sinds het begin van de twintigste eeuw dat 'depressieve gevoelens' iets voor dokters werden en er medisch werd op ingegrepen. Dan zijn er twee standpunten mogelijk. Volgens de eerste zienswijze is depressie biologisch en valt ze in de hersenen te situeren. Al in 1621 schreef Robert Burton 'The anatomy of melancholy' en ook de Duitse psychiater Emil Kraepelin die rond de eeuwwisseling werkte zag depressie als een biologisch en zelfs genetisch gegeven.

Ook nu situeren velen depressie in de hersenen en brengen haar onder meer in verband met een gebrekkige serotonine transmissie. Sinds het begin van de jaren vijftig van de twintigste eeuw probeerde men met stemmingsverbeterende middelen daar op in te grijpen en de farmaceutische industrie zet dat werk nog steeds verder. 

Feminisme avant la lettre 

Dehue toont beelden van advertenties voor antidepressiva van halfweg de twintigste eeuw. Triest kijkt een vrouw tegen een berg vaat aan. Eerst dacht ik dat het om 'feminisme avant la lettre ging', vertelt Dehue. De depressies van vrouwen werden immers in verband gebracht met het geestdodend werk dat hen wacht. Toen ik de advertentie zag waarin een huisvrouw vrolijk met haar stofzuiger door het huis zweeft, begreep ik dat de medicijnen moesten dienen om haar met haar lot te verzoenen. 
Dat brengt ons op die andere stroming waarvan Sigmund Freud, vader van de psychoanalyse, aan de basis lag. Hij werkte eind negentiende en eerste helft van de twintigste eeuw met patiënten, vooral vrouwen trouwens, om via gesprekken hun verdrongen en daardoor onbewust verdriet en frustraties aan de oppervlakte te brengen. Niet om hen te troosten maar om hen ermee te leren omgaan. Patiënten werden in hun context geplaatst, hun levensverhaal speelde een rol in de symptomen die ze vertoonden.

De DSM (Diagnostic and Statistic Manual) uit 1952, een oplijsting van alle mentale stoornissen, was nog door Freuds visie en door de naoorlogse militaire trauma's geïnspireerd, de omgeving van de patiënten werd verrekend en er gold een psychodynamische verklaring voor heel wat stoornissen. De volgende edities van de DSM leunden veeleer bij de biologische uitleg aan. Ook al bestaat er tot op vandaag geen sluitend bewijs voor deze zienswijze. Reden waarom de chemische industrie altijd een slag om de arm houdt en artikelen en marketing steeds in de voorwaardelijke wijze stelt. 
De vijfde editie van de DSM is alweer dikker dan de vorige, een toenemend aantal stoornissen doet het handboek uitpuilen. 

Verboden verdriet te hebben 

Mensen lijken immers steeds kwetsbaarder te worden voor psychische aandoeningen. Dat begint al bij kinderen waar ADHD in opmars zou zijn. Asperger, autisme, het zijn begrippen die langzamerhand even bekend raken als het veel gebruikte woord depressie. De vlag dekt daarbij lang niet altijd de lading, geeft Dehue aan. Want de benamingen mogen niet, zoals vaak gebeurt, in absolute termen aan bepaalde symptomen gekoppeld worden. 
In ieder geval worden de ziektebeelden al te vaak als labels gebruikt en maken mensen daar ook min of meer dankbaar gebruik van.

Sommige stoornissen worden maatschappelijk moeilijk aanvaard en een medische oplossing lijkt zich op te dringen. In dat geval voelen mensen het als een opluchting wanneer ze het stempel van de aandoening opgeplakt krijgen. Dan valt een groot deel van hun verantwoordelijkheid weg. De verantwoordelijkheid die we met zijn allen aan het begin van de 21 ste eeuw dragen is dan ook vaak verpletterend. We moeten heel veel en de lat ligt hoog. Als het niet lukt of wanneer ons iets overkomt is het ook nog eens onze eigen schuld. Dat maakt mensen moedeloos, wat dikwijls met depressiviteit wordt verward.

Tegelijk krijgen mensen de illusie dat er een oplossing voor hun probleem bestaat. Dat we met het juiste medicijn weer optimaal presteren, nooit meer futloos zijn. De maakbaarheid van de mens is een feit, althans in de geesten. 
Als we verdriet voelen, bestemd of onbestemd, is het zaak om daar zo snel mogelijk van af te komen. Weinig mensen kunnen zich ermee verzoenen dat het een wezenlijk deel van ons bestaan uitmaakt. De algemene tendens is, onder invloed van marketing, dat we door het leven moeten dansen. Daarom is Trudy Dehue zo blij met de cover van haar boek die een reeks dansers afbeeldt die elk hun eigen bewegingen maken. Dansen tegen beter weten in, soms. 

Trudy Dehue is doctor in de wetenschapsgeschiedenis en hoogleraar aan de universiteit van Groningen. Haar boek 'De Depressie-epidemie. Over de plicht het lot in eigen hand te nemen', verscheen in 2008 bij uitgeverij Augustus. 

flora

Gelukkig zijn is een plicht, tegenwoordig. En dat zie je in de boekhandel: de stroom geluksboeken is niet te overzien. Wie de tips van al deze experts volgt, móet wel gelukkig zijn. Al schijnt dat toch niet altijd te lukken: de stapel boeken over depressies in de boekhandel is haast even hoog.

Geluk wordt overschat. Niet dat ik niet gelukkig wil zijn. Niet dat ik nooit gelukkig ben - wat een geluk. Maar het lijkt wel een must geworden, een dwingend adagium: gij zult gelukkig zijn. Als je dat niet bent, heb je wellicht verzuimd je best te doen. Dat is wat geluksboeken ons al jarenlang duidelijk willen maken: we hebben de sleutel zelf in handen. En we kunnen het maar beter geloven, want de wetenschap heeft het bewezen. We kunnen meten en dus weten wat een mens gelukkig maakt, we hoeven het nu alleen nog maar toe te passen. De vraag is of je iets dat zo ongrijpbaar is als geluk, iets dat per definitie subjectief ingevuld wordt, wel op een betrouwbare manier kunt meten. Wie bepaalt wat geluk precies is? Is het tevredenheid, vrolijkheid, extase? Of is het - de Nederlandse taal schiet jammerlijk tekort - luck of misschien wel bliss?

Ultiem en definitief

Geluk.jpgDat geluk zo buitensporig belangrijk geworden is, lijkt op het eerste gezicht ingegeven door puur altruïsme. Wij hebben het geluk gevonden, en we willen het met jullie delen! Er worden gelukscongressen, geluksdagen en geluksworkshops gehouden, waarbij aanhangers van het positief denken, de positieve psychologie, psychologen, dokters en andere enthousiastelingen hun licht laten schijnen op geluk. Van hét geluksboek van het afgelopen jaar, Geluk. The World Book of Happiness van Leo Bormans, werden al meer dan 30.000 exemplaren verkocht en het is aan een internationale opmars begonnen. Dat de Christelijke Mutualiteit mee haar schouders onder het project gezet heeft, verklaart een deel van het binnenlandse succes. Een aantal onderzoeken suggereert immers een verband tussen geluk en gezondheid.

Maar er is meer. Het succes van dit ene boek, en de veelheid van boeken over hetzelfde onderwerp, zeggen veel over de verbetenheid waarmee mensen op het geluk jagen. Een zoektocht op Amazon naar boektitels waarin het woord 'happiness' voorkomt, levert nu al 20.390 resultaten op. Nauwelijks een halfjaar geleden waren dat er nog 2.000 minder. Sommige van die boeken worden met veel tamtam gepresenteerd als het 'ultieme' of het 'definitieve' boek over geluk. Maar hoe ultiem en definitief zijn al die adviezen - wetenschappelijk onderbouwd of niet - als er meteen honderden boeken volgen die het nog beter menen te weten?

Er zit ongetwijfeld ook een economische kant aan het succes van alles wat met geluk te maken heeft. De toenemende mate waarin bedrijfsleiders begaan zijn met het geluk van hun werknemers is op het eerste gezicht roerend, maar illustreert vooral dat geluk zoveel meer is geworden dan een individuele gemoedsgesteldheid. Wie gelukkig is, is gezonder, en presteert ook beter. Er worden grote middelen ingezet om het positief denken en de positieve psychologie te promoten. Geluk is big business geworden.

Kersen en vrolijkheid

1001004004981286.jpgWie zich hardop vragen stelt, ondervindt al snel dat kritiek gevoelig ligt. Niet meesurfen op de golven van de gelukshype staat gelijk aan spelbrekerij. Het 'Al wie da nie springt is homofiel'-gevoel ligt gevaarlijk op de loer. Wanneer scepsis vertaald wordt als cynisme, en eerlijke bedenkingen als negativisme, dan wordt het natuurlijk moeilijk samen kersen eten. Nochtans: ik hou van kersen én van vrolijkheid. Ram ze alleen niet door mijn strot. Laat me vooral geen lachmeditaties volgen - nooit zo dicht bij een publieke huilbui gestaan als toen, al heeft dat tragikomische ook wel weer iets. Laat me als ik de blues heb niet meedeinen op die lievige Radio 2-spotjes vol dansende, blije mensen of meezingen met 'La ballade des gens heureux', ferm stampen en klappen met 'If you're happy and you know it'. Speld me geen smileybutton op, dwing me niet tot polonaises. Maak me niet wijs dat alles tussen de oren zit en dat The Secret van Rhonda Byrne meer is dan magisch-mythisch gebazel, waardoor mensen die brute pech hebben en gruwelijke dingen meemaken er nog eens schuldgevoelens bovenop krijgen. En waag het vooral niet, als ik ooit een rottige ziekte zou krijgen (ik hoop vurig van niet, maar: waarom niet ik en wel een ander? - positief denken anders bekeken), me met een milde, alwetende glimlach te vragen: 'Denk eens na: zou het kunnen dat je deze ziekte in zekere zin gewild hebt? Dat je ze onbewust en karmisch aangetrokken hebt?' Je krijgt meteen een welgemikte mep in het gezicht, waarna ik met dezelfde milde, alwetende glimlach de vraag zal stellen: 'Denk eens na: kan het zijn dat je dit onbewust en karmisch zelf aangetrokken hebt?'

Luchtig en slim

hirschhausen.pngWat zou ik dat laatste graag zelf bedacht hebben. Helaas, alle krediet is voor Eckart von Hirschhausen, een Duitse arts en cabaretier, en auteur van - jazeker - een gloednieuw geluksboek: Geluk komt nooit alleen. Het was met een lichte zucht dat ik het opensloeg, al helemaal toen ik zag dat hij een apart voorwoord voor optimisten en nieuwsgierige mensen en een voor pessimisten en kritische mensen geschreven had. Niet dat ik me niet aangesproken voelde. Ik voelde me aangesproken in het kwadraat: een optimist met een duister kantje. Brandend nieuwsgierig én irritant kritisch. En vanuit dat laatste al meteen klaar om van leer te trekken tegen het hokjesdenken van Herr Doktor. Maar dat was buiten de slimme en ontwapenende Von Hirschhausen gerekend. Mogelijke tegenstanders haalt hij meteen de wind uit de zeilen, door grif toe te geven dat het met gelukstips net zo is als met dieetadviezen: als iets van al die dingen écht zou werken, dan zou de markt er niet mee overspoeld worden. Wat hem er later in het boek niet van weerhoudt zelf ook tips te geven - maar wel twintig procent minder dan andere geluksboeken, benadrukt hij. Telkens als je het gevoel krijgt dat hij begint te preken, haalt hij zichzelf genadeloos onderuit met zijn relativerende humor. Het boek is van een bedrieglijke lichtheid. Bedrieglijk, omdat het - net zoals het boek van Bormans overigens - wel degelijk een schat aan informatie bevat over wetenschappelijk onderzoek naar geluk.

Er zitten nogal wat tegenstrijdigheden in al die geluksonderzoeken. Niet wanhopen, zegt Von Hirschhausen. Laten we er gewoon om lachen. Er datgene uit halen wat in ons kraam past en de rest links laten liggen, voeg ik er zelf aan toe. Dat is precies wat de schrijver ook gedaan heeft. Elk hoofdstuk is gelardeerd met zijn persoonlijke visie en ervaringen, en dat nodigt vanzelf uit je eigen ervaringen ertegenaan te gooien en te toetsen aan zijn verhalen. Ik was blij met zijn pleidooi voor discipline en verbondenheid. Met het inzicht dat gevoelens de vrije loop laten veel minder heilzaam is dan de huis-, tuin- en keukenpsychologie ons wil laten geloven. Dat zoeken naar de zin van het leven weinig zin heeft. Aan het voortdurend 'luisteren naar je innerlijke stem' heeft hij een broertje dood, want dan negeer je de vaak betrouwbare informatie van buitenaf. Niet de neus in de eigen navel duwen, maar leren van mensen die al iets meegemaakt hebben. Een ouderwetse gedachte, die misschien aan herwaardering toe is.

Ongebaande paden

AgainstHappiness.jpgVerrassend is Von Hirschhausens verdediging van neurotici. Vermoeiende mensen vindt hij ze, voor hun omgeving en voor zichzelf. Maar wat een geluk dat we ze hebben, want ze maken de wereld kleurrijker en met hun ontevredenheid zorgen ze vaak voor meer vooruitgang dan gezapige happy-go-lucky-types. Die hebben misschien wel veel talent voor tevredenheid, ze nemen ook te gemakkelijk genoegen met status quo. Je kunt je, in het verlengde van wat hij vertelt, afvragen of geluk evolutionair bekeken wel zo interessant is: als het aan de onveranderlijk contenten lag, zaten we misschien nog altijd in dierenhuiden gehuld te wachten tot de bliksem zou inslaan, zodat we het vuur konden stelen van de goden.

Stilaan komt een tegenbeweging op gang. In zijn boek
 Against happiness: in praise of melancholy stelt Eric G. Wilson dat wie zijn duistere kanten negeert bang is. Bang voor de complexiteit, de vaagheid en de gruwelijke schoonheid van de wereld. Zekerheid en veiligheid afleggen, betekent nochtans vrijheid. Ongebaande paden verkennen, onontdekte mogelijkheden aanboren, met het risico op je bek te gaan. Of extase te bereiken. Wilson, geboren met de blues, probeerde op aanraden van vrienden en familie jarenlang alle mogelijke gelukstips en -therapieën uit. Tevergeefs. Hij kiest er nu voor zijn melancholie te omarmen. Niet omdat het hem gelukkig maakt, maar omdat het hem rust en vrede schenkt. Omdat hij liever authentiek dan vrolijk is.

Over rouw en melancholie

9789023462767.jpgEen mooi en leerzaam boek, een beetje in de sfeer van het voorgaande, is Het nieuwe zwart van de Britse psychoanalyticus Darian Leader. Het is tegendraads, onmodieus, en juist daardoor verfrissend. Leader stelt een aantal pertinente vragen over de manier waarop we tegen geluk en ongeluk aankijken. Triestheid elimineren is belangrijker dan ze te doorgronden, en wie zich ongelukkig voelt, heet meteen depressief te zijn. De geluksindustrie draait op volle toeren, en toch zijn meer mensen dan ooit depressief. Dat heeft te maken met onze mechanistische visie op het menselijk functioneren, vindt hij. We moeten stoppen mensen als 'resources' te bekijken, als pakketten met vaardigheden en competenties, die gekocht en verkocht kunnen worden.

We moeten ook de term 'depressie' laten varen, want die is even vaag als veelomvattend. Om te verklaren waarom we soms onverwacht diep geraakt worden door ogenschijnlijk banale dingen, zijn 'oude' begrippen als rouw en melancholie duidelijker. Het verschil tussen beide? Rouwen is treuren om de doden (of om een verbroken relatie, een verloren ideaal, kortom: elk betekenisvol verlies), melancholie is met hen sterven. Het cliché dat een verlies verwerkt moet worden voor je verder kunt met je leven, vindt hij onzinnig. Alsof je een streep kunt trekken onder rouwen. Zinvoller is een manier te zoeken om de rouw te integreren in ons leven. Hoe we dat kunnen doen? Kijken naar schrijvers en kunstenaars, luidt zijn advies. Fictie, muziek en beeldende kunst gaan vaak over verlies, pijn en verdriet. In het beste geval bieden ze inspiratie om met het eigen verdriet aan de slag te gaan. Maar ze bieden altijd herkenning, en daardoor ook troost.

Leader vertelt in wezen niet zoveel nieuws. Hij beroept zich grotendeels op Freud, maar in zijn boek klinken ook echo's van Plato, Lacan, het systeemdenken en zelfs de klassieke hedendaagse diagnostiek door. Het is koken met vertrouwde ingrediënten, maar hij doet het bijzonder goed. Het resultaat is een ontroerend boek, waar een mens - dit mens in ieder geval - ondanks de beladen inhoud blij van wordt. Omdat het niet per se moet.

Bron: Kathleen Vereecken; De Standaard (www.standaard.be), vrijdag 29 april.

fijne dag

Einhorn100.gif
 
Blijf trouw aan jezelf, met je fouten, je krachten,
je eenzaamheid soms, je emoties, je moed,
aan dat wat alleen maar in jou kan groeien,
in wisselend klimaat met wat denken, wat goed.
Blijf trouw aan je denken, verlangen en voelen,
aan uiten, aan warmte, aan stilte, muziek,
want jij bent een mens als geen ander op aarde:
in jou is de wereld bijzonder uniek.
  
 
Blijf trouw aan jezelf, aan je lachen, je zingen,
je vallen en opstaan, je inzet, je pijn,
aan dat wat bij jou hoort, je warmte, verlangen,
waardoor je in alles herkenbaar kunt zijn.
Blijf trouw in je denken, je zwakte, je aarzelen,
je hoop en je waarde, je angst, je muziek,
want jij bent een mens die gewoon van belang is,
in zijn bestaan zo bijzonder, uniek.
  
 
 
Blijf trouw aan jezelf, bouw een hut in de wereld,
waarin je kunt wonen, kunt schuilen voor kwaad,
kunt warmen en wapenen in hoop en begrijpen,
wanneer men je pijn doet in liefde en haat.
Blijf trouw aan je wezen, je zwakte, je krachten,
en speel heel alleen voor jezelf wat muziek,
want jij bent een mens om veel van te houden:
in jou is de wereld bijzonder uniek...
 
 
0045B15D.gif

Statistieken

moment..

speciaal voor jou

Een hele fijne dag

Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan: