
Geraakt, gekwetst, verworpen of dan toch bemind? Het ligt niet altijd gemakkelijk in de huidige samenleving voor Beelddenkers en Hoog Sensitieve Personen. En toch... ze hebben hun meerwaarde in deze samenleving, en als ze zich kunnen recht houden, niettegenstaande onbegrip, wegens gebrek aan empathie jegens hun gevoelens, soms zo moeilijk in woorden uit te drukken, dan worden ze dan toch erkend. Beelddenkers die niet ten onder gaan hebben immers vlugger dan anderen een "globaal beeld" van dingen en situaties. Beelddenkers zijn meestal ook Hoog Sensitieve Personen wat een bijkomend pluspunt is want dan voelen ze ook vlugger dan anderen situaties en personen aan.
Werkelijke pareltjes dus, emotioneel, sociaal en "gewoon" intelligent. Maar wat als je je opsluit in je harnas dat je beschermt tegen ruwheid, tegen onbegrip? Waarom kan iedereen je gedachten niet lezen? Waarom steeds die woorden, meestal te grof om de diepte van je dikwijls gekwetste gevoelens te uiten? Waarom die vragen? Waarom nog spreken als er geen echt contact is? en geen respect?
Hier stellen we geen vragen, maar via blog- en nieuwsberichten trachten we in deze club, een steuntje te geven aan beelddenkers en HSP'ers. Een bevestging van je Zijn en je Zelf.
Groeten van calamandja.

Verander je denken, verander jezelf
01.01.2012 | 12:38
In de tijd van goede voornemens ga je bij jezelf te rade: wat zou ik aan mijzelf willen veranderen? Neurowetenschapper Joe Dispenza vertelt in Ode hoe je hersenen tot meer in staat zijn dan we denken. Ze zijn niet statisch, maar in staat om te veranderen en zich aan te passen. Hoe vaker een bepaald…
Lees meer…
De uitdaging: verander je gewoonte in 30 dagen
01.01.2012 | 12:29
Denk jij dat gewoonten lastig te veranderen zijn? Mis! Het blijkt dat mensen maar 30 dagen nodig hebben om een nieuwe gewoonte aan te leren of van een oude af te komen. Dus, bedenk iets wat je altijd al wilde, of gewoon iets wat je heel leuk lijkt om eens te doen en doe het een maand lang elk…
Lees meer…
Hoe stoppen je zorgen te maken?
28.12.2011 | 03:12
Van de blog van Marian van den Beuken. Een kersverse grootmoeder van een gezonde baby vertrouwde me toe dat ze zich veel zorgen had gemaakt of de zwangerschap en de bevalling van haar dochter wel goed zou verlopen. Ze vroeg me: Hoe kan ik stoppen, me zorgen te maken?
Haar vraag trof me en deed me …
Lees meer…
25.12.2011 | 21:07
Onderzoek toont aan dat compassie jegens anderen de geestelijke en fysieke gezondheid verbetert.
De Dalai Lama houdt ons al jaren voor dat we er gelukkig van worden. Hij heeft er niet bij verteld dat het ook nog gezond is. ‘Als je wilt dat ánderen gelukkig zijn,’ zo luidt het eerste deel va…
Lees meer…
Van die kleine, gewone dingen in het dagelijks leven waar je even helemaal gelukkig van kan worden. Een gloednieuw tijdschrift, versgebakken brood, een leuk voorval in de metro, iedereen kent ze wel. Inge de Jager en Maria Grijpma schreven een boekje, vol met recepten en aanwijzingen voor een moment van klein geluk wanneer je daar behoefte aan hebt.
Het Handboek voor klein geluk is, zo vertellen de schrijfsters, met name gericht op vrouwen, die in alle drukte af en toe een moment van inspiratie kunnen gebruiken. Voorin het boek zoek je op wat je nodig hebt: Vrolijkheid, Rust, Natuur, Aandacht. Bij iedere behoefte vind je suggesties over bijvoorbeeld lachen, bloembollen planten, verandering in je gedachten, smartlappen schrijven, met aandacht aanraken of zwerven langs het strand. De 85 korte recepten kosten vaak niet meer dan tien minuten en kun je aanpassen aan jouw smaak, zoals je bij een echt recept ook doet.
Onderaan de pagina’s lees je steeds een kleine noot van de auteurs, met hun ervaringen of toepassing van het ‘recept’. Het boek is tot stand gekomen via het platform tenpages.com, waar de schrijfsters aan de hand van hun eerste pagina’s 2000 aandelen verkochten. Tien procent van de opbrengst van het boek gaat naar het vrouwenfonds Mama Cash, dat wereldwijd initiatieven van vrouwen- en meidengroepen ondersteunt.
Lisette Thooft, columniste van Ode, schreef het voorwoord van het handboek voor klein geluk. Ze schrijft: “Het geluk zit namelijk niet in dingen, maar in jezelf: in de kwaliteit van je aandacht. De vraag is hoe je de kwaliteit van je aandacht kunt verfijnen en verbeteren. En daarvoor lijkt dit boek me een prettige en praktische wegwijzer. Geniet.”
Bron: nl.odemagazine.com

Ze heeft charme en pit, Lisa Appignanesi (65). Rugpijn doet haar om de haverklap uit haar stoel opveren, vermoeidheid en nervositeit hebben haar weer naar de sigaret doen grijpen - 'ik ben enkele weken geleden gestopt', maar de enthousiaste verhalenvertelster in haar is goddank ongedeerd. Alles over de liefde is een panoramisch boek: een brede kijk op de vele gezichten van de liefde. Op wie worden we verliefd en waarom? Waarom blijven sommigen maar keer op keer verliefd worden? Waarom bedriegen we? Hebben mannen en vrouwen op dezelfde manier lief? En hoe zit het met de veranderde betekenis van seks en intimiteit? Het boek sluit vrijwel naadloos aan op Gek, slecht en droevig, dat Appignanesi enkele jaren geleden schreef over de geschiedenis van vrouwen en psychiatrie. Want verliefd zijn is altijd een beetje waanzin.
U noemt liefde een van de laatste sociaal aanvaarde vormen van waanzin. Bestaat de kans dat we ook daarin onze vrijheid verliezen?
'Ik maak me daar soms zorgen over, ja. Ga maar eens na hoe uitgebreid ons classificatiesysteem voor psychische stoornissen vandaag is: het zit tjokvol verschijnselen die we ooit als normaal of gezond beschouwden. Liefde is de enige vorm van gekte die ons als mentaal gezonde mensen nog rest. Passionele liefde gaat over extase en over lijden: dat lijkt op waanzin. Nu goed: dat is het ook. En wat dan nog? Binnenkort maakt men ons misschien wel wijs dat het veel verstandiger is een pilletje te nemen om op een gecontroleerde manier de extase te bereiken en om ook sneller uit het dal weer naar boven te klimmen. Ik vrees dat de liefde ons als laatste extreme ervaring dreigt afgenomen te worden.'
Is het niet zo dat de passionele liefde juist sterk geromantiseerd en op handen gedragen wordt in onze cultuur?
'Dat klopt. Ze fascineert ons en we hebben haar in zekere zin ook nodig. Verliefdheid en hartstocht veranderen je. En tegelijk leer je veel over jezelf en andere mensen. De obsessie waar je aan lijdt, zorgt ervoor dat je doorlaatbaar wordt. Je bent veel ontvankelijker voor andere mensen in die periode. De heftigheid van je gevoelens dwingt je om na te denken over wie je bent en wat je zou kunnen worden. Een mens kan jarenlang, zelfs decennialang, op zijn hoede zijn voor de liefde. Ze wordt op een afstand gehouden, verketterd, bij het vuil gezet. Maar dat kan omslaan en ik denk dat het goed is als het gebeurt. Ik houd heus geen pleidooi voor lijden. Maar ik geloof wel dat dit soort lijden je sterker en rijker kan maken.'
Het valt op dat seks verkoopt, maar dat onze grootste fascinatie naar de liefde blijft uitgaan. Of zeg ik dat alleen maar omdat ik een vrouw ben?
'Uit mijn interviews, lezingen en observaties heb ik geleerd dat mannen net zo ontvankelijk zijn voor liefde en verliefdheid als vrouwen. Het culturele cliché dat mannen niet willen praten over de liefde, dat ze er niet eens aan willen dénken, leeft vooral in Angelsaksische landen. Ik krijg ontzettend veel reacties op dit boek en een grote helft daarvan komt van mannen. Ze worstelen vooral met het begrip mannelijkheid. Hun rol is zo vaag geworden. Als ze geen oorlog hoeven te voeren en niet langer de beschermer van de familie hoeven te zijn, waarin ligt hun sterkte dan nu? Ook seks is voor hen, en bij uitbreiding voor iedereen, verwarrend geworden. Het is niet alleen uit de taboesfeer gehaald, neen, je moet seks hebben, consumeren, najagen, zoveel je maar geven kan. Als je dat niet doet, dan heet het dat je ongezond, ongelukkig en onvervuld bent. Het gevolg is dat veel mensen zich in deze wereld van potentiële overdaad zorgen maken over hun seksualiteit. Maar geen nood: gelukkig bestaat er intussen een zeer ruime adviescultuur om je te vertellen hoe je die zorgen aanpakt (lachje). De opwinding die mensen met seks associeerden toen het nog verboden was, zijn we grotendeels kwijtgespeeld. We moeten ons daarover bezinnen.'
Pleit u nu voor een terugkeer naar een strenge seksuele moraal?
'O neen, ik wil niet klinken als een preutse oude vrouw, alsjeblief! Schrijf maar dat ik seks fantastisch vind (lacht). Het jammere is alleen dat we het losgemaakt hebben, het tot fetisj gemaakt hebben. En ik denk, neen ik zie, dat dat niet genoeg is voor de meeste mensen. We hebben behoefte aan betekenis. Ik heb de indruk dat jonge mensen weer op zoek gaan naar die betekenis. Ze proberen zich te herpositioneren na alle overdaad.'
U schrijft dat u nog steeds de tranen in uw ogen krijgt wanneer u het liedje 'A la claire fontaine' hoort. Vooral de zinnen 'Il y a longtemps que je t'aime. Jamais je ne t'oublierai'. Waarom raakt dat liedje u zo sterk?
'Ik was nog een kind toen ik het voor het eerst hoorde. Ik vatte de woorden niet helemaal, maar er hing mysterie rond. Het ging over liefde uit het verleden, die er in het heden nog steeds was. En het reikt naar de toekomst, waarin alleen nog de herinnering en het verlangen overblijven. Het heeft met nostalgie te maken, met hunkering ook. Met heimwee naar de tijd waarin het gevoel nog niet benoemd hoefde te worden. Zolang je een klein kind bent dat zich koestert in moederliefde, is er alleen maar dat gevoel. Zodra de liefde in woorden gevangen wordt, kom je in een rationele wereld terecht. En toch blijven we ons leven lang hunkeren naar de tijd toen we als twee zielen op een vanzelfsprekende manier één waren.'
Is het niet gek dat er maar één woord bestaat om liefde te vatten? Passionele verliefdheid kun je toch niet onder één noemer brengen met liefde tussen ouders en kinderen, broers en zussen
'Ik geloof dat de energie in al die vormen van liefde vergelijkbaar is. In elke vorm van liefde zit wel een element van passie. Er zit vaak een seksueel gevoel in. Tussen moeders en hun jonge kinderen hangt onmiskenbaar een sterke sensualiteit, dezelfde energie die je bij seks voelt. Het is natuurlijk niet helemaal hetzelfde, maar die onweerstaanbare behoefte om aan te raken, te strelen, te kussen is in beide gevallen even sterk. We experimenteren voortdurend met alle mogelijke vormen van liefde. In de loop van ons leven kunnen we zelfs met één mens veel soorten liefde beleven. Een passionele liefde hoeft heus niet in de dood te eindigen, zoals het romantische cliché ons wil laten geloven. Het kan overgaan in een gesettelde liefde. In pure vriendschap soms. En wellicht zullen er ook periodes van haat tussen zitten. Want zolang er haat is, is er liefde. Haat is niet de keerzijde van liefde. Desinteresse, onverschilligheid is dat wel.'
U zet zich af tegen de neiging om alles wat menselijk is te bekijken vanuit evolutionair-biologisch perspectief. Ook de puur neurologische kijk op liefde zint u niet. U haalt uw wijsheid liever bij schrijvers en filosofen. Vaart u bewust tegen de stroom in?
'Mensen zijn toch veel ingewikkelder dan een stelletje neuronen, dan wat bedrading in de hersenen. Nu vertellen wetenschappers ons met veel tamtam dat het goed is als we kinderen aanraken en knuffelen. Je ziet het in de hersenen, en je kunt nu ook meten in welke mate het hun stress doet verminderen. Goed voor die wetenschappers! Miljoenen moeders uit de hele wereld hadden hen dat natuurlijk allang kunnen vertellen.'
'Wetenschappers zijn ook maar mensen. Ze gaan voortdurend op zoek naar bevestiging voor dingen die ze eigenlijk al wisten. Ik zeg niet dat wetenschappelijk onderzoek niet waardevol kan zijn, maar als het over de liefde gaat, kan het op geen enkele manier op tegen de verhalen die mensen vertellen. Rationaliseren doen we alleen maar als we excuses of een verklaring zoeken. We leven in een tijd waarin we alle antwoorden zoeken in chemische en biologische modellen. Het is te simpel, te onvolledig.'
Uw boek eindigt met een pleidooi voor vriendschap. Is vriendschap voor u de hoogste vorm van liefde?
'Dat is te kort door de bocht. Het is wel zo dat vriendschap in verschillende periodes in de geschiedenis als hoogste vorm van liefde beschouwd werd. Neem nu het oude Griekenland: aan de basis van het filosofische discours lag de conversatie tussen vrienden die elkaars talent bewonderden. Die wederzijdse waardering van wat de ander in zich heeft is, denk ik, hoogstaander dan de bliksemschicht van de hartstocht. Ik denk dat we in dit tijdsgewricht vriendschap gaan herwaarderen zijn. Familieleden zwermen uit over de hele wereld, liefdesrelaties gaan kapot. Maar voor onze vrienden kan onze affectie een leven lang blijven duren. We voelen ons allemaal weleens verdwaald op de wereld, op de dool. Vrienden kunnen ons het gevoel geven dat we weer thuis komen. Vriendschap is een vorm van liefde die we meer naar waarde moeten leren schatten.'
Had u dezelfde accenten gelegd indien u dit boek pakweg twintig jaar geleden geschreven had?
'Misschien niet. Maar ik ben blij dat ik dit boek nu pas geschreven heb. Ik heb zoveel verschillende soorten liefde gekend. Ik heb zelf een levensgeschiedenis in de liefde. Pas nu kan ik een stap achteruit zetten en reflecteren. Ik hoop dat andere mensen er iets aan hebben. Maar ik wilde in geen geval een zelfhulpboek schrijven. De zelfhulp- en adviescultuur maakt juist dat mensen zich slechter gaan voelen. Ik wilde verhalen brengen. Over het paradoxale wezen dat de mens is. Over de bokkensprongen van de liefde, over de schoonheid ervan. En over die vormen van liefde die te weinig gewaardeerd worden omdat ze altijd in de schaduw van de hartstocht blijven staan.'
Bron: Kathleen Vereecken; De Standaard (www.standaard.be); 12 november 2011.
Zie ook de videoclips met interview met de schrijfster op cobra

Hooggevoeligheidsdeskundige Susan Marletta-Hart stelde een praktisch boek samen, met een cd vol meditaties en oefeningen die hooggevoeligen helpen hun ware kracht te vinden.
Tekst en cd vormen een aanvulling op het succesvolle 'Leven met hooggevoeligheid'. De informatieve tekst over hooggevoeligheid wordt geïllustreerd met korte ervaringsverhalen en aangevuld met concrete oefeningen. Zowel de oefeningen als de meditaties op cd hebben een zeer positieve uitwerking op hooggevoeligen en ondersteunen ze in hun zelfvertrouwen.
Een bemoedigend boek in het leven van ieder die zichzelf als hooggevoelig heeft herkend.
Susan Marletta-Hart volgde een opleiding in shiatsu, Chinese drukpuntmassage. Daardoor ontdekte zij haar hooggevoeligheid, waarover zij vervolgens verschillende boeken schreef. Zij woont en werkt in Zwitserland, maar geeft ook in Nederland workshops en trainingen voor hooggevoeligen.
NBD|Biblion recensie
Wanneer mensen veel prikkels van buiten krijgen, kunnen ze rusteloos worden. Energie lekt weg en dit kan uiteindelijk leiden tot burn-out. Hooggevoelige mensen zijn hier extra gevoelig voor. Zij nemen meer prikkels waar en nemen meer informatie op uit hun omgeving dan anderen. Vele hooggevoeligen ervaren een dagelijkse worsteling met heel alledaagse activiteiten en ontmoetingen. In dit boekje worden verschillende aspecten van deze worsteling toegelicht, aangevuld met korte ervaringsbeschrijvingen. Beschreven oefeningen maken het bovendien mogelijk beter om te leren gaan met het verwerken van de vele prikkels. Door de algemene aard van de beschrijvingen en oefeningen kan het boekje ook gebruikt worden door iedereen die meer behoefte heeft aan innerlijke rust. Het boekje heeft een afwijkend vierkant formaat. Met cd met daarop twee uitgebreide meditatie-oefeningen van elk een half uur.
(NBD|Biblion recensie, B. de Leeuw)

Steeds meer mensen bestrijden, met pillen of via andere middelen, een gemoedstoestand die ze depressie noemen. Volgens de Nederlandse psychologe en filosofe Trudy Dehue wordt dat ziektebeeld te vaak als label gebruikt en misbruikt.
Hoe kan het dat veel mensen in de westerse wereld zo diep ongelukkig zijn terwijl er zoveel welvaart is, vraagt Trudy Dehue zich af bij het begin van haar lezing in het Beurskaffee te Brussel. Het feit dat het gebruik van antidepressiva almaar toeneemt, vormt hiervan slechts een indicatie. Anderen gaan in gesprekstherapie of zoeken via een alternatieve behandeling verlichting voor hun bezwaard gemoed. Vrouwen nemen hierbij het voortouw.
Zou het kunnen dat depressie altijd al bestond onder een andere naam, is een vraag waarmee Dehue afrekent. Van Hippocrates over Burton, Kraepelin tot Freud was er aandacht voor somberte. Melancholie werd het ook genoemd. Volgens Dehue geeft het geen pas om met het beeld dat we vandaag van depressie hebben terug te keren in de geschiedenis. Er is geen lijn te trekken tussen de beschreven kwalen van toen en wat ons nu voor ogen staat bij het begrip depressie. Freud, die nog het dichtst bij ons staat, zag het als naar binnen gekeerd verdriet als gevolg van onverwerkt verlies. In de 21 ste eeuw is het spectrum veel breder.
Het is ook niet zo dat we vandaag bepaald kleinzeriger zijn dan mensen vroeger waren, stelt Dehue. Wel is het zo dat leed tegenwoordig nogal vlot als een soort ziekte wordt gezien.
Het is wel degelijk de samenleving die mee bepaalt hoe men met sombere gevoelens omgaat. En de farmaceutische industrie die psychofarmaca naar voor schuift om het gemoed van mensen op te klaren, geeft natuurlijk mee richting aan het debat.
Verdriet heeft natuurlijk altijd al bestaan en onbestemde sombere gevoelens ook. Het is pas sinds het begin van de twintigste eeuw dat 'depressieve gevoelens' iets voor dokters werden en er medisch werd op ingegrepen. Dan zijn er twee standpunten mogelijk. Volgens de eerste zienswijze is depressie biologisch en valt ze in de hersenen te situeren. Al in 1621 schreef Robert Burton 'The anatomy of melancholy' en ook de Duitse psychiater Emil Kraepelin die rond de eeuwwisseling werkte zag depressie als een biologisch en zelfs genetisch gegeven.
Ook nu situeren velen depressie in de hersenen en brengen haar onder meer in verband met een gebrekkige serotonine transmissie. Sinds het begin van de jaren vijftig van de twintigste eeuw probeerde men met stemmingsverbeterende middelen daar op in te grijpen en de farmaceutische industrie zet dat werk nog steeds verder.
Feminisme avant la lettre
Dehue toont beelden van advertenties voor antidepressiva van halfweg de twintigste eeuw. Triest kijkt een vrouw tegen een berg vaat aan. Eerst dacht ik dat het om 'feminisme avant la lettre ging', vertelt Dehue. De depressies van vrouwen werden immers in verband gebracht met het geestdodend werk dat hen wacht. Toen ik de advertentie zag waarin een huisvrouw vrolijk met haar stofzuiger door het huis zweeft, begreep ik dat de medicijnen moesten dienen om haar met haar lot te verzoenen.
Dat brengt ons op die andere stroming waarvan Sigmund Freud, vader van de psychoanalyse, aan de basis lag. Hij werkte eind negentiende en eerste helft van de twintigste eeuw met patiënten, vooral vrouwen trouwens, om via gesprekken hun verdrongen en daardoor onbewust verdriet en frustraties aan de oppervlakte te brengen. Niet om hen te troosten maar om hen ermee te leren omgaan. Patiënten werden in hun context geplaatst, hun levensverhaal speelde een rol in de symptomen die ze vertoonden.
De DSM (Diagnostic and Statistic Manual) uit 1952, een oplijsting van alle mentale stoornissen, was nog door Freuds visie en door de naoorlogse militaire trauma's geïnspireerd, de omgeving van de patiënten werd verrekend en er gold een psychodynamische verklaring voor heel wat stoornissen. De volgende edities van de DSM leunden veeleer bij de biologische uitleg aan. Ook al bestaat er tot op vandaag geen sluitend bewijs voor deze zienswijze. Reden waarom de chemische industrie altijd een slag om de arm houdt en artikelen en marketing steeds in de voorwaardelijke wijze stelt.
De vijfde editie van de DSM is alweer dikker dan de vorige, een toenemend aantal stoornissen doet het handboek uitpuilen.
Verboden verdriet te hebben
Mensen lijken immers steeds kwetsbaarder te worden voor psychische aandoeningen. Dat begint al bij kinderen waar ADHD in opmars zou zijn. Asperger, autisme, het zijn begrippen die langzamerhand even bekend raken als het veel gebruikte woord depressie. De vlag dekt daarbij lang niet altijd de lading, geeft Dehue aan. Want de benamingen mogen niet, zoals vaak gebeurt, in absolute termen aan bepaalde symptomen gekoppeld worden.
In ieder geval worden de ziektebeelden al te vaak als labels gebruikt en maken mensen daar ook min of meer dankbaar gebruik van.
Sommige stoornissen worden maatschappelijk moeilijk aanvaard en een medische oplossing lijkt zich op te dringen. In dat geval voelen mensen het als een opluchting wanneer ze het stempel van de aandoening opgeplakt krijgen. Dan valt een groot deel van hun verantwoordelijkheid weg. De verantwoordelijkheid die we met zijn allen aan het begin van de 21 ste eeuw dragen is dan ook vaak verpletterend. We moeten heel veel en de lat ligt hoog. Als het niet lukt of wanneer ons iets overkomt is het ook nog eens onze eigen schuld. Dat maakt mensen moedeloos, wat dikwijls met depressiviteit wordt verward.
Tegelijk krijgen mensen de illusie dat er een oplossing voor hun probleem bestaat. Dat we met het juiste medicijn weer optimaal presteren, nooit meer futloos zijn. De maakbaarheid van de mens is een feit, althans in de geesten.
Als we verdriet voelen, bestemd of onbestemd, is het zaak om daar zo snel mogelijk van af te komen. Weinig mensen kunnen zich ermee verzoenen dat het een wezenlijk deel van ons bestaan uitmaakt. De algemene tendens is, onder invloed van marketing, dat we door het leven moeten dansen. Daarom is Trudy Dehue zo blij met de cover van haar boek die een reeks dansers afbeeldt die elk hun eigen bewegingen maken. Dansen tegen beter weten in, soms.
Trudy Dehue is doctor in de wetenschapsgeschiedenis en hoogleraar aan de universiteit van Groningen. Haar boek 'De Depressie-epidemie. Over de plicht het lot in eigen hand te nemen', verscheen in 2008 bij uitgeverij Augustus.
Gelukkig zijn is een plicht, tegenwoordig. En dat zie je in de boekhandel: de stroom geluksboeken is niet te overzien. Wie de tips van al deze experts volgt, móet wel gelukkig zijn. Al schijnt dat toch niet altijd te lukken: de stapel boeken over depressies in de boekhandel is haast even hoog.
Geluk wordt overschat. Niet dat ik niet gelukkig wil zijn. Niet dat ik nooit gelukkig ben - wat een geluk. Maar het lijkt wel een must geworden, een dwingend adagium: gij zult gelukkig zijn. Als je dat niet bent, heb je wellicht verzuimd je best te doen. Dat is wat geluksboeken ons al jarenlang duidelijk willen maken: we hebben de sleutel zelf in handen. En we kunnen het maar beter geloven, want de wetenschap heeft het bewezen. We kunnen meten en dus weten wat een mens gelukkig maakt, we hoeven het nu alleen nog maar toe te passen. De vraag is of je iets dat zo ongrijpbaar is als geluk, iets dat per definitie subjectief ingevuld wordt, wel op een betrouwbare manier kunt meten. Wie bepaalt wat geluk precies is? Is het tevredenheid, vrolijkheid, extase? Of is het - de Nederlandse taal schiet jammerlijk tekort - luck of misschien wel bliss?
Ultiem en definitief
Dat geluk zo buitensporig belangrijk geworden is, lijkt op het eerste gezicht ingegeven door puur altruïsme. Wij hebben het geluk gevonden, en we willen het met jullie delen! Er worden gelukscongressen, geluksdagen en geluksworkshops gehouden, waarbij aanhangers van het positief denken, de positieve psychologie, psychologen, dokters en andere enthousiastelingen hun licht laten schijnen op geluk. Van hét geluksboek van het afgelopen jaar, Geluk. The World Book of Happiness van Leo Bormans, werden al meer dan 30.000 exemplaren verkocht en het is aan een internationale opmars begonnen. Dat de Christelijke Mutualiteit mee haar schouders onder het project gezet heeft, verklaart een deel van het binnenlandse succes. Een aantal onderzoeken suggereert immers een verband tussen geluk en gezondheid.
Maar er is meer. Het succes van dit ene boek, en de veelheid van boeken over hetzelfde onderwerp, zeggen veel over de verbetenheid waarmee mensen op het geluk jagen. Een zoektocht op Amazon naar boektitels waarin het woord 'happiness' voorkomt, levert nu al 20.390 resultaten op. Nauwelijks een halfjaar geleden waren dat er nog 2.000 minder. Sommige van die boeken worden met veel tamtam gepresenteerd als het 'ultieme' of het 'definitieve' boek over geluk. Maar hoe ultiem en definitief zijn al die adviezen - wetenschappelijk onderbouwd of niet - als er meteen honderden boeken volgen die het nog beter menen te weten?
Er zit ongetwijfeld ook een economische kant aan het succes van alles wat met geluk te maken heeft. De toenemende mate waarin bedrijfsleiders begaan zijn met het geluk van hun werknemers is op het eerste gezicht roerend, maar illustreert vooral dat geluk zoveel meer is geworden dan een individuele gemoedsgesteldheid. Wie gelukkig is, is gezonder, en presteert ook beter. Er worden grote middelen ingezet om het positief denken en de positieve psychologie te promoten. Geluk is big business geworden.
Kersen en vrolijkheid
Wie zich hardop vragen stelt, ondervindt al snel dat kritiek gevoelig ligt. Niet meesurfen op de golven van de gelukshype staat gelijk aan spelbrekerij. Het 'Al wie da nie springt is homofiel'-gevoel ligt gevaarlijk op de loer. Wanneer scepsis vertaald wordt als cynisme, en eerlijke bedenkingen als negativisme, dan wordt het natuurlijk moeilijk samen kersen eten. Nochtans: ik hou van kersen én van vrolijkheid. Ram ze alleen niet door mijn strot. Laat me vooral geen lachmeditaties volgen - nooit zo dicht bij een publieke huilbui gestaan als toen, al heeft dat tragikomische ook wel weer iets. Laat me als ik de blues heb niet meedeinen op die lievige Radio 2-spotjes vol dansende, blije mensen of meezingen met 'La ballade des gens heureux', ferm stampen en klappen met 'If you're happy and you know it'. Speld me geen smileybutton op, dwing me niet tot polonaises. Maak me niet wijs dat alles tussen de oren zit en dat The Secret van Rhonda Byrne meer is dan magisch-mythisch gebazel, waardoor mensen die brute pech hebben en gruwelijke dingen meemaken er nog eens schuldgevoelens bovenop krijgen. En waag het vooral niet, als ik ooit een rottige ziekte zou krijgen (ik hoop vurig van niet, maar: waarom niet ik en wel een ander? - positief denken anders bekeken), me met een milde, alwetende glimlach te vragen: 'Denk eens na: zou het kunnen dat je deze ziekte in zekere zin gewild hebt? Dat je ze onbewust en karmisch aangetrokken hebt?' Je krijgt meteen een welgemikte mep in het gezicht, waarna ik met dezelfde milde, alwetende glimlach de vraag zal stellen: 'Denk eens na: kan het zijn dat je dit onbewust en karmisch zelf aangetrokken hebt?'
Luchtig en slim
Wat zou ik dat laatste graag zelf bedacht hebben. Helaas, alle krediet is voor Eckart von Hirschhausen, een Duitse arts en cabaretier, en auteur van - jazeker - een gloednieuw geluksboek: Geluk komt nooit alleen. Het was met een lichte zucht dat ik het opensloeg, al helemaal toen ik zag dat hij een apart voorwoord voor optimisten en nieuwsgierige mensen en een voor pessimisten en kritische mensen geschreven had. Niet dat ik me niet aangesproken voelde. Ik voelde me aangesproken in het kwadraat: een optimist met een duister kantje. Brandend nieuwsgierig én irritant kritisch. En vanuit dat laatste al meteen klaar om van leer te trekken tegen het hokjesdenken van Herr Doktor. Maar dat was buiten de slimme en ontwapenende Von Hirschhausen gerekend. Mogelijke tegenstanders haalt hij meteen de wind uit de zeilen, door grif toe te geven dat het met gelukstips net zo is als met dieetadviezen: als iets van al die dingen écht zou werken, dan zou de markt er niet mee overspoeld worden. Wat hem er later in het boek niet van weerhoudt zelf ook tips te geven - maar wel twintig procent minder dan andere geluksboeken, benadrukt hij. Telkens als je het gevoel krijgt dat hij begint te preken, haalt hij zichzelf genadeloos onderuit met zijn relativerende humor. Het boek is van een bedrieglijke lichtheid. Bedrieglijk, omdat het - net zoals het boek van Bormans overigens - wel degelijk een schat aan informatie bevat over wetenschappelijk onderzoek naar geluk.
Er zitten nogal wat tegenstrijdigheden in al die geluksonderzoeken. Niet wanhopen, zegt Von Hirschhausen. Laten we er gewoon om lachen. Er datgene uit halen wat in ons kraam past en de rest links laten liggen, voeg ik er zelf aan toe. Dat is precies wat de schrijver ook gedaan heeft. Elk hoofdstuk is gelardeerd met zijn persoonlijke visie en ervaringen, en dat nodigt vanzelf uit je eigen ervaringen ertegenaan te gooien en te toetsen aan zijn verhalen. Ik was blij met zijn pleidooi voor discipline en verbondenheid. Met het inzicht dat gevoelens de vrije loop laten veel minder heilzaam is dan de huis-, tuin- en keukenpsychologie ons wil laten geloven. Dat zoeken naar de zin van het leven weinig zin heeft. Aan het voortdurend 'luisteren naar je innerlijke stem' heeft hij een broertje dood, want dan negeer je de vaak betrouwbare informatie van buitenaf. Niet de neus in de eigen navel duwen, maar leren van mensen die al iets meegemaakt hebben. Een ouderwetse gedachte, die misschien aan herwaardering toe is.
Ongebaande paden
Verrassend is Von Hirschhausens verdediging van neurotici. Vermoeiende mensen vindt hij ze, voor hun omgeving en voor zichzelf. Maar wat een geluk dat we ze hebben, want ze maken de wereld kleurrijker en met hun ontevredenheid zorgen ze vaak voor meer vooruitgang dan gezapige happy-go-lucky-types. Die hebben misschien wel veel talent voor tevredenheid, ze nemen ook te gemakkelijk genoegen met status quo. Je kunt je, in het verlengde van wat hij vertelt, afvragen of geluk evolutionair bekeken wel zo interessant is: als het aan de onveranderlijk contenten lag, zaten we misschien nog altijd in dierenhuiden gehuld te wachten tot de bliksem zou inslaan, zodat we het vuur konden stelen van de goden.
Stilaan komt een tegenbeweging op gang. In zijn boek Against happiness: in praise of melancholy stelt Eric G. Wilson dat wie zijn duistere kanten negeert bang is. Bang voor de complexiteit, de vaagheid en de gruwelijke schoonheid van de wereld. Zekerheid en veiligheid afleggen, betekent nochtans vrijheid. Ongebaande paden verkennen, onontdekte mogelijkheden aanboren, met het risico op je bek te gaan. Of extase te bereiken. Wilson, geboren met de blues, probeerde op aanraden van vrienden en familie jarenlang alle mogelijke gelukstips en -therapieën uit. Tevergeefs. Hij kiest er nu voor zijn melancholie te omarmen. Niet omdat het hem gelukkig maakt, maar omdat het hem rust en vrede schenkt. Omdat hij liever authentiek dan vrolijk is.
Over rouw en melancholie
Een mooi en leerzaam boek, een beetje in de sfeer van het voorgaande, is Het nieuwe zwart van de Britse psychoanalyticus Darian Leader. Het is tegendraads, onmodieus, en juist daardoor verfrissend. Leader stelt een aantal pertinente vragen over de manier waarop we tegen geluk en ongeluk aankijken. Triestheid elimineren is belangrijker dan ze te doorgronden, en wie zich ongelukkig voelt, heet meteen depressief te zijn. De geluksindustrie draait op volle toeren, en toch zijn meer mensen dan ooit depressief. Dat heeft te maken met onze mechanistische visie op het menselijk functioneren, vindt hij. We moeten stoppen mensen als 'resources' te bekijken, als pakketten met vaardigheden en competenties, die gekocht en verkocht kunnen worden.
We moeten ook de term 'depressie' laten varen, want die is even vaag als veelomvattend. Om te verklaren waarom we soms onverwacht diep geraakt worden door ogenschijnlijk banale dingen, zijn 'oude' begrippen als rouw en melancholie duidelijker. Het verschil tussen beide? Rouwen is treuren om de doden (of om een verbroken relatie, een verloren ideaal, kortom: elk betekenisvol verlies), melancholie is met hen sterven. Het cliché dat een verlies verwerkt moet worden voor je verder kunt met je leven, vindt hij onzinnig. Alsof je een streep kunt trekken onder rouwen. Zinvoller is een manier te zoeken om de rouw te integreren in ons leven. Hoe we dat kunnen doen? Kijken naar schrijvers en kunstenaars, luidt zijn advies. Fictie, muziek en beeldende kunst gaan vaak over verlies, pijn en verdriet. In het beste geval bieden ze inspiratie om met het eigen verdriet aan de slag te gaan. Maar ze bieden altijd herkenning, en daardoor ook troost.
Leader vertelt in wezen niet zoveel nieuws. Hij beroept zich grotendeels op Freud, maar in zijn boek klinken ook echo's van Plato, Lacan, het systeemdenken en zelfs de klassieke hedendaagse diagnostiek door. Het is koken met vertrouwde ingrediënten, maar hij doet het bijzonder goed. Het resultaat is een ontroerend boek, waar een mens - dit mens in ieder geval - ondanks de beladen inhoud blij van wordt. Omdat het niet per se moet.
Bron: Kathleen Vereecken; De Standaard (www.standaard.be), vrijdag 29 april.


Statistieken
Welkom bij Clubs!
Kijk gerust verder op deze club en doe mee.
Inloggen met Hyves
Inloggen met Facebook
Inloggen met Google
Inloggen met Windows Live
Inloggen met Twitter Wat is dit?Je kan je ook aanmelden via een van bovenstaande partner websites. Klik op het icoontje en je bent direct ingelogd op Clubs.nl
Of maak zelf een Clubs account aan:
Ik voel, ik voel, wat jij niet voelt...
Angelic Human Race
HSP Test-Ben jij een hoogsensitief persoon?
Healing Boedha Mantra
Ontspan je geest - healing music
Inner Child
ADD, dyslexie, leerstoornis, autisme, een performaal-verbale kloof (PIQ is groter dan VIQ)... Het zijn allemaal stickertjes die de aanduiden wat er fout loopt bij het het kind. Ze maken je kind en jou als ouder pijnlijk duidelijk wat de zwakke punten zijn, wat je kind allemaal NIET kan.
Nochtans hebben deze kinderen ook hele sterke kanten. Zo hebben vrijwel al deze kinderen de gave om in beelden te kunnen denken, kunnen zij verbazend goed dingen visualiseren en informatie als beeld opslaan.
Denken in beelden verloopt wel een beetje anders dan het denken in taal. Het gaat namelijk veel sneller. Ook hebben beelden geen duidelijk begin of einde en leiden ze tot onverwachtte verbanden en associaties. Hieruit kunnen originele ideeën en zijsprongen ontstaan.
Zo zal een beelddenker bij het horen van het woord 'poes' meteen plaatjes en filmpjes van een poes en alle dingen die erbij geassocieerd zijn doorkrijgen. Misschien heeft dit kind al eens een kleurplaat van een poes gehad en springen zijn gedachten daarop zodat het het volgende ogenblik plots heel veel zin krijgt om te gaan kleuren.
Ik hoor 'POES'
Ik zie: 


Ik heb zin om te kleuren.
Het denken in beelden is het primaire denken of het 'eerste' denken. Elke baby communiceert zonder woorden en maakt dus voornamelijk gebruik van de rechter hersenhelft. Gaandeweg leert het kind praten en denken in taal/woorden tot het kind uiteindelijk kan gaan redeneren in taal.
Sommige kinderen blijven echter in de eerste plaats in beelden denken. Wanneer de linker hersenhelft hierdoor minder goed gaat ontwikkelen kan dit leerproblemen veroorzaken.
|
Linker hersenhelft
|
![]() |
Rechter hersenhelft
|
De sterkte van beelddenken
Het denken met de rechterhersenhelft zorgt voor enkele opvallend sterke punten:

Ritme
Beelddenkers hebben vaak gevoel voor muziek. Het herkennen van klanken en ritmegevoel zit in de rechter hersenhelft.
Ruimtelijk inzicht
Driedimensionaal kijken is moeilijk voor te stellen als je geen beelddenker bent. Je kunt een object van verschillende kanten bekijken zonder uit je stoel te komen. Dit betekent ook dat je oplossingen ziet voor problemen die andere niet kunnen bedenken of zelfs kunnen begrijpen.
Denken vanuit totaalbeeld
Een beeld is een vast gegeven (als een foto). Door het in stukjes te hakken wordt het beeld juist onduidelijker. Een beelddenker kan dus ineens een oplossing voor zich zien, zonder dat hij kan verklaren hoe hij daar toe is gekomen. In de klas is dit soms een probleem omdat alles moet worden onderbouwd. Op het werk begrijpen collega’s vaak niet wat je bedoelt. “Zie je het al voor je?” “Huh, nee.”
Verbeelding
Door het denken vanuit het totaalbeeld en het driedimensionele denken hebben deze kinderen erg veel verbeelding. Ze kunnen buiten de bestaande kaders denken en erg creatief zijn.
Beleving
Een beelddenker beleeft alles van dichterbij, intenser.
Geweldige fantasie
In beelden denken kan je ook doen dagdromen. De fantasiewereld is vaak belangrijk en daar kan alles. Er bestaan geen vaste regels. Vraag daarom bij onbegrijpelijk gedrag wat er in het hoofd om gaat. Dit verklaart vaak een hoop.
Kleur
Tekenen, schilderen, ontwerpen. Uitstekend schaduwen kunnen plaatsen, kleuren mengen.
Doordat ons onderwijs veelal niet aan deze leerstijl is aangepast kunnen zich ook enkele problemen voordoen:
Als gevolg hiervan haalt het kind minder goede punten dan verwacht. Ouders, leerkrachten en kind begrijpen niet hoe dit komt. Het kind kan bestempeld worden als lui of dom terwijl de oorzaak ligt in 'anders leren' nl. visueel leren.
Healing with the angels
Wanneer deze problemen niet worden (h)erkend en op een adequate manier worden aangepakt veroorzaken deze in vele gevallen faalangst en gedragsproblemen.
Bron: http://www.talentinzicht.be

ZE BLIJVEN MAAR DOORGAAN, DE EEUWIGE DISCUSSIES OVER MANNEN EN VROUWEN EN HUN ONDERLINGE VERSCHILLEN. DEZE KEER GOOIT DE NEDERLANDSE SCHRIJFSTER EN 'MYTHOSOOF' LISETTE THOOFT EEN STEEN IN DE KIKKERPOEL. HAAR KIJK OP DE ZAAK IS OP ZIJN MINST ORIGINEEL, EN VOOR TEGENSPRAAK VATBAAR : "DAMES EN HEREN, WIJ ZIJN GEHEEL AAN ELKAAR GEWAAGD.
"Lang, heel lang heeft Lisette Thooft gedacht dat mannen slechter waren dan vrouwen. Egoïstischer, baziger. Minder sociaal. Minder gevoelig. Ze geloofde dat mannen uit hebzucht en egoïsme sinds de oertijd vrouwen aan zich onderwierpen. Tegenwoordig vindt ze het onbegrijpelijk dat ze zo lang kon denken dat er één soort op de wereld was waarvan één helft beter is dan de andere. Ze goot haar bevindingen en bedenkingen in De onverzadigbare vrouw (en afwezige man). "Nu trek ik door de wereld met mijn nieuwe boodschap : dames en heren, wij zijn geheel aan elkaar gewaagd."
Hoe kwam u tot dat inzicht ?
Lisette Thooft : Ik begon eens goed om me heen te kijken en ik dacht, wat vreemd toch dat ik geen vriendinnen of vrouwelijke kennissen heb die overheerst worden door hun man. Alle vrouwen die ik ken, alle vrouwen die ik zie in films en op televisie, zijn veeleer bazig. Thuis toch. Meestal zijn mannen een beetje op hun hoede in de nabijheid van hun vrouwelijke partner. Zelfs al is hij tien jaar ouder, twintig centimeter groter, dertig kilo zwaarder, heeft hij langer gestudeerd en verdient hij meer, toch let hij op zijn tellen. Ook in goede relaties zijn mannen bang om hun vrouw boos te maken.
Waarom dan ?
Omdat het heel moeilijk is om een vrouw niét boos te maken. Vrouwen zijn ook machtshebberige controlefreaks. En hebben iets onverzadigbaars : het is nooit genoeg, ze willen altijd meer. Er is altijd iets te klagen, te verbeteren, te wensen. Het moet altijd anders en beter. Hij moet anders. Hun relatie moet anders. Hoe leuk een vrouw ook is, toch kan ze ook een draak zijn in de omgang met haar vriend of haar man.
Dat zullen mannen graag horen...
Ze zijn inderdaad blij met mijn boodschap, maar ze gaan zeker niet vrijuit. Mannen hebben, als reactie misschien, of gewoon omdat ze zo in elkaar zitten, in hun liefdesrelatie vaak iets afwezigs. Veel mannen krijgen zo'n wazige blik als hun vrouw aan het woord is, of ze verschansen zich achter hun krant of hun pc, ze werken dag en nacht, ze liggen uren onder hun auto, ze gaan uit vissen. Ze verdwijnen uit beeld.
Kortom : zij zeurt, hij zwijgt ?
Daar komt het op neer. De meeste geliefden willen niets anders dan van elkaar houden, maar vroeg of laat botsen ze op elkaars lastige kanten, slechte eigenschappen, schaduwzijden. En die blijken universeel. Mannen vinden vrouwen vaak bemoeizuchtig, bazig, bezitterig en lastig. Vrouwen vinden mannen lui, bot, slordig, onverantwoordelijk en egocentrisch. Dat heeft nog steeds te maken met de oudste strijd tussen de seksen, de strijd om succes in de voorplanting. Want wat gebeurt daar ? Het vrouwelijke geslachtsorgaan is hol en moet gevuld worden. Het oergebaar is : "Het moet erin." Van daaruit ontwikkelen zich grijpende en beslagleggende gebaren. Het mannelijke oergebaar is : "Het moet eruit." Een man moet zich juist laten gaan in de geslachtsdaad, en daarna blijft hij leeg, afwezig achter. Dat gevecht is in de loop van duizenden jaren niet verdwenen, maar het is subtieler geworden. Tegenwoordig is er vooral een min of meer beheerste competitie op emotioneel en intellectueel niveau.
Hoe denkt u over de theorie dat mannen van Mars komen en vrouwen van Venus ?
Er zat wel wat in, in dat populaire boek van John Gray, maar het was zo statisch. Alsof het zo is en altijd hetzelfde zal blijven. Maar er zit beweging in de man-vrouwverhouding. Die verandert voortdurend, al gaat het traag, weerbarstig en moeizaam. Als wij denken aan de evolutie, denken we in darwinistische termen : van amoebe tot mensaap. Alsof er sindsdien niet zo gek veel veranderd is. Maar van mensaap tot nu, zijn we onvergelijkelijk veel beschaafder geworden.
Denkt u nu dat vrouwen niét onderdrukt zijn ?
Natuurlijk zijn vrouwen onderdrukt, maar nu ben ik ervan overtuigd dat mannen vrouwen begonnen te onderdrukken omdat vrouwen zo egoïstisch waren, bazig, asociaal en ongevoelig. Oude mythen en sagen schetsen de vrouw als een op seks beluste heks die de man verscheurt en domineert. Daar is de mythe van de draak ontstaan, die staat voor de verschrikkelijke vrouwelijke seksualiteit die mannen angst inboezemt : vrouwen hadden tanden in hun geslachtsorganen die mannen verslonden.
In de prehistorie, toen alles draaide om voortplanting, was de vrouw dominant, en haar regime was niet bepaald zachtzinnig. In veel primitieve culturen werden kerngezonde kinderen en jonge mensen geofferd aan een godin die ze gunstig moesten stemmen om de vruchtbaarheid van het land, de dieren en henzelf te garanderen. Ook dat was een initiatief van vrouwen.
En de mannen waren onschuldige lammetjes ?
Nee, maar in die oude verhalen zijn mannen nergens agressief tegen vrouwen. Natuurlijk hebben ze ook afgrijselijke dingen gedaan en waren ze soms monsterlijk. Maar vrouwen waren ook monsters. Ze hadden een grote voorsprong als het ging om macht in de relatie, en ook vandaag is hun kracht amper te overwinnen : ze zijn verbaal sterker, kunnen beter manipuleren, dreigen en chanteren. Daar kan geen vent tegenop.
Aan het eind van de prehistorie hebben mannen de macht gegrepen. Mijn stelling is nu dat mannen niet per se vrouwen wilden onderdrukken, maar ze konden gewoonweg niet anders, omdat vrouwen te agressief, te primitief en te wreed waren.
Dat zijn eigenschappen die gewoonlijk aan mannen worden toegedicht.
Ik heb heel veel geschreven over emancipatie, en alle mogelijke onderzoeken daaromtrent bestudeerd. Alle onderlinge verschillen zijn de revue gepasseerd, en het enige échte keiharde verschil is dat mannen meer risico's nemen. Daaruit vloeien andere dingen voort, zoals méér criminaliteit, creativiteit, vindingrijkheid en ondernemingszin.
Volgens Rudolf Steiner, de Oostenrijkse filosoof en grondlegger van antroposofie, heeft de mensheid twee doelen : vrijheid en liefde. Toen ik dat gegeven op mijn man- en vrouwbeeld plakte, vielen ineens een hoop puzzelstukjes op hun plaats. Want wat willen mannen ? Vrijheid. En wat willen vrouwen ? Liefde. Ze hebben allebei een flinke dosis egoïsme, maar niet in dezelfde vorm. Zijn drang naar vrijheid geeft hem andere dingen te doen : hij wil zijn goddelijke gang gaan. Hij moet verder, wil presteren en ook andere dames gelukkig maken.
Zijn streven heeft veel technologische vooruitgang gebracht, maar als hij die vrijheidsdrang te ver doorvoert, wordt hij gevoelloos en wendt hij zich af. De vrouw wil liefde, ze wil de man aan zich binden, maar als zij haar drang naar verbondenheid overdrijft, is ze destructief.
Ik kan me voorstellen dat mannen blij zijn met uw boek.
Op mijn vorige boek, Alchemie van de liefde, kreeg ik inderdaad blije en dankbare reacties van mannen. Een van hen zei : "Ik las uw boek, mijn vrouw nog niet, maar mijn huwelijk is vrediger geworden." Anderen zeggen dat ik hun relatie heb gered. Doe ik toch nog aan goede werken, kom ik toch nog in de hemel (lacht).
Vond u zelf baat bij uw nieuwe inzichten ?
Jazeker. Ook mijn eigen relatie is erdoor gered. Ik ben nu negen jaar gelukkig met dezelfde man. Niet mijn langste relatie ooit, wel veruit de beste. We waren heel verliefd in het begin, maar na een tijd begonnen we ruzie te maken. Toen heb ik mijn man naar de psychiater gestuurd, want ik dacht natuurlijk dat het weer aan hem lag (schallende lach). Hij maakte een afspraak en kwam terug met het verzoek om volgende keer mee te komen. Ik dus mee. De psychiater zei : "Moet je eens goed naar me luisteren, Lisette. Je levert je man bij me in alsof hij een sputterend huishoudapparaat is waar ik even aan moet sleutelen tot hij perfect is. Ik zal jou eens wat vertellen : met deze man is er helemaal niets mis."
Ik was ontdaan. Moest ik dan veranderen ? Ja, ik moest veranderen. En toen ik veranderde, veranderde hij mee. Het was meestal erg voorspelbaar. Ik begon te schreeuwen, te verwijten en te klagen, en hij trok zich terug.
En toen werd u nog kwader, en trok hij zich nog meer terug, want zo gaat dat doorgaans...
Het zijn de natuurwetten die in werking treden. En hiermee is ook gezegd wat de remedie is : tegen die natuurwetten ingaan. Niét doen wat je geneigd bent te doen, maar die neigingen onderkennen en ze loslaten. Dan word je een beter mens, en het verandert je partner automatisch ook.
Als het goed gaat, als de liefde werkt zoals ze hoort te werken, wordt de man in de loop der jaren een beetje vrouwelijker en de vrouw een tikje mannelijker. Hij ontwikkelt zorgzaamheid, zij wordt speelser en vrolijker. Mannen en vrouwen groeien naar elkaar toe, en niet alleen individueel, maar ook collectief. Dat proces is al duizenden jaren aan de gang, en we gaan steeds menselijker met elkaar om. We ontwikkelen steeds meer inlevingsvermogen en empathie, we respecteren elkaars anders-zijn steeds meer. En dat hebben we te danken aan onze onderlinge conflicten : we hebben elkaar al heel erg beschaafd, maar ik voeg er meteen aan toe : we zijn nog lang niet beschaafd genoeg. Er is nog veel werk aan de winkel.
Komen we er ooit uit ?
Zeker weten. Dat proces gaat steeds door, gestuurd en gestimuleerd door de botsingen, ruzies en strubbelingen. Mannen en vrouwen lijden nog steeds zozeer onder elkaars onhebbelijkheden dat ze blijven proberen die eruit te boksen, weg te knuppelen, glad te schuren.
Waar gaat het heen ?
Naar rustiger wateren. Als de vrouw de vrijheid in zich opneemt, en de man de liefde, dan komt het goed. En daar zijn we naar op weg : we hebben steeds meer liefde en steeds meer vrijheid.
Beide seksen worden meer androgyn en gevoeliger voor elkaar, daar geloof ik heilig in. Een van de theorieën die ik tijdens mijn research tegenkwam, is om de ontwikkeling van de mensheid te beschouwen als de ontwikkeling van één mens. In de prehistorie waren we een baby, met onze primitieve driften. In de middeleeuwen waren we pubers met veel belangstelling voor het seksuele. In deze tijden zijn we misschien achttien, negentien jaar oud. We luisteren niet meer naar Moedertje Kerk of naar Vadertje Staat. We zullen het zelf wel bedenken en onze eigen zin doen. Ik zie hoop, echt waar.
U geeft het christendom een zeer belangrijke beschavende functie.
Van mij mag het christendom inmiddels wel weg, hoor. Taak volbracht, zou ik zeggen. Maar het heeft een uiterst beschavende invloed gehad, en was van groot belang bij de emancipatie van de vrouw. Natuurlijk, het christendom heeft ook heksen verbrand en andere narigheden aangericht, maar het heeft ook ideeën van naastenliefde, trouw, zelfopoffering en liefdadigheid ingevoerd. In de middeleeuwen is er in de westerse cultuur iets gebeurd dat bij mijn weten uniek is in de wereld : we hebben de onderdrukking van vrouwen geïnternaliseerd. Wij besnijden geen vrouwen, we sluieren ze niet, we sluiten ze niet op achter tralies. Het christendom vertelde vrouwen dat ze kuis moesten zijn en hun man moesten gehoorzamen. Dàt was het grote gebod van het christendom, met als uitgangspunt dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn.
Merkwaardige gelijkheid, als de een de ander moet gehoorzamen.
Dat lijkt tegenstrijdig, maar misschien is de vrouw van nature zo dominant dat man en vrouw, als zij zich wat intoomt, toch nog een vorm van gelijkwaardigheid kunnen bereiken. Ik weet niet of het waar is, maar het is interessant om het eens vanuit die hoek te bekijken.
Het christendom heeft in ieder geval geleid tot het Europees huwelijksmodel, waar een jongen en een meisje elkaar vrij kiezen. De hele wereld was bezig met uit te huwelijken, maar het christendom bracht de boodschap : het gaat om liefde. Het ging zelfs zo ver dat een vader kon worden geëxcommuniceerd als hij zijn dochter tot een huwelijk dwong. Romeo and Juliet van Shakespeare is een mooi voorbeeld van de rol van de kerk in de middeleeuwen. Hun families waren gezworen vijanden, maar de jonge geliefden werden in het geheim door een monnik in de echt verbonden. De kerk stond aan hun kant, als verdediger van de liefde...
Begeeft u zich niet op glad ijs, met de bewering dat wij, West-Europeanen, het hoogst beschaafd zijn ?
Daar ben ik me terdege van bewust. Maar ik zie wat de westerse cultuur aan de rest van de wereld bijdraagt : de romantische liefde. Die exporteren wij ook, via de soapseries die overal ter wereld, tot in de armzaligste huisjes, de schamelste hutten bekeken worden. In de hele wereld wil nu iedereen zijn eigen partner uitkiezen. Dat is het goede. Maar de westerse cultuur heeft ook verschrikkelijke dingen ontwikkeld. De militaire technologie en andere ellende. De enorme overconsumptie, de roofzuchtige behandeling van de natuur, de technologische verloedering. Dat is de zwarte kant van de westerse cultuur. Ook aan deze cultuur zal een einde komen, zoals ook de Egyptische, Griekse en Romeinse cultuur ten onder gingen. Wie weet loopt onze westerse beschaving op zijn laatste benen en beleven wij de nadagen ervan. Maar wat de volgende cultuur zeker zal overnemen, is de romantische liefde, het Europees huwelijksmodel. Dat krijg je niet meer weg uit de menselijke beschaving, dat is te belangrijk.
De onverzadigbare vrouw (en de afwezige man),
Lisette Thooft,
uitgeverij Balans,
255 p., 18,95 euro.

Hieronder een paar nuttige affirmaties voor mindere momenten. Ze kunnen misschien wat overtuigingen uit je kindertijd vervangen. Uitgeprint doen ze heilzaam werk op je wc of elders waar ze vaak in het zicht hangen.
TIEN GEBODEN VOOR ZELFLIEFDE
(Artikel van Peter den Haring in het blad Paravisie in 1997)
Soms stroomt je hart over van liefde en dankbaarheid - alles is ruim, alles is goed, alles is God. Op andere momenten zit je vast in een piekerkramp. Je twijfelt aan je zelf, je voelt dat je tekortschiet, dat je faalt. Voor die momenten zijn deze 'Tien Geboden' . Het zijn krachtige affirmaties, bevestigingen van de waarheid die we niet altijd helder voor ogen hebben. Lees ze vaak, dan vervangen ze langzamerhand je negatieve overtuigingen. Probeer ze eens, hardop of in stilte, voor de spiegel of in meditatie.

1. IK BEN DIE IK BEN.
Met dit lichaam als voertuig en met déze op overleving gerichte geest moet ik het doen. Ergens in mijn zenuwgestel huist mijn ziel die gelukkig mijn levensopdracht kent. Deze drie-eenheid is alles wat ik heb. Ik kan niet meer ruilen. Dit is blijkbaar precies zoals ik moet zijn; zonder mij, zoals ik op dit moment ben, was de schepping niet volledig. Ik stop met mezelf verwijten te maken voor dingen die ik (nog) niet kan. Ik leun niet meer op anderen, ik geef niemand de schuld, ik neem alle verantwoordelijkheid voor de les die ik zelf gecreëerd heb. Ik ga niet wachten tot mijn leven eindelijk begint.

2. IK MAG FOUTEN MAKEN.
Alleen God is perfect. Voor de mens is perfectie een eindpunt, stilstaan en stilllstantd (foutje) is dood. Ik leef dus maak ik fouten, màg ik imperfect zijn. Ik hoef niet te kunnen wat ik niet kan. Van fouten leer ik. Ik geef mezelf de speelruimte om de 'fouten' te maken die ik maak. Zo houd ik mijn persoonlijke groei en de evolutie van het geheel op gang. Ieder mens heeft schaduwkanten die geaccepteerd moeten worden om hun schaduwkwaliteit tot zijn recht te kunnen laten komen. Dan pas komt er echt evenwicht. Ik durf op oude beslissingen terug te komen, ik durf ook mijn verontschuldigingen aan te bieden als dat gepast is.

3. IK KRIJG PRECIES WAT IK NODIG HEB.
Alles helpt om mijn opdracht op aarde te vervullen - ook de tegenslag en de ziekte, de vijanden en de ruzies, de verloren liefdes en de gebroken harten. Als ik dat nu niet zie, zal ik het later wel kunnen zien. Ik besef bij elk moeilijk moment, dat alles altijd nog veel erger had kunnen zijn. Ik durf te zeggen wat ik voel en hoe ik me voel. Ik deel mijn ontwikkelingen vol vertrouwen met hen die me na staan. En als het toch stroef blijft lopen, dan zoek ik naar Nieuwe Mogelijkheden en weer Andere Oplossingen. En ik houd mijn creatieve toverstaf bij de hand: sterk visualiseren van het goede helpt nagenoeg altijd.

4. IK HOEF ALLEEN MAAR VOLSTREKT EERLIJK NAAR MEZELF TE ZIJN.
Totale eerlijkheid naar andere mensen is niet altijd liefdevol, integendeel. Soms is een voorzichtige leugen of iets verzwijgen een betere oplossing dan de confronterende waarheid. Soms moet ik mezelf beschermen, dat is nu eenmaal zo in deze wereld. Als ik mezelf maar niet misleid; als ik maar weet wat ik doe en waarom. Nooit liegen blijft overigens een ultieme dapperheid. Spreek altijd eerlijk met God, de goddelijke stroom in het universum. Wees totaal oprecht en jouw gebed wordt een schitterend fenomeen. De wezenlijke werking van bidden is wetenschappelijk onderzocht en bevestigd.

5. IEDEREEN MAG VAN MIJ GENIETEN OP ZIJN OF HAAR EIGEN WIJZE.
Ik ben nodig op aarde. Anderen leren van mij, ik leer van hen. Maar hoe, dat weet ik niet altijd en dat hoef ik ook niet te weten. Ik hoef niet elk beeld van een ander over mij te corrigeren. Kritiek probeer ik zo eerlijk mogelijk te incasseren. Ik geef mijn openlijke en subtiele slachtofferrolletjes op en neem de macht terug. Ik probeer niet te oordelen over anderen. Ik accepteer dat er altijd wel iemand zal zijn die mij veroordeelt en een ander die mij bewondert. Wat de één goed vindt, vindt een ander waardeloos. Laat me maar gewoon genieten van complimenten en verder ontspannen doen wat ik voel dat ik moet doen. Ik hoef het niet de hèle wereld naar de zin maken.

6. IK HOUD MIJN AANDACHT HIER.
Hier is mijn lichaam, dus hier ben ik. Hier is de belangrijkste plek op aarde! Alleen hier kan ik werkelijk zien, ruiken, horen, voelen, proeven - hier klopt mijn hart, hier haal ik adem. Ik ga niet zweven, geen twee dingen tegelijk doen met mijn geest, want dan doe ik er minstens eentje half. Ik ga me niet nodeloos druk te maken over de eventuele gevoelens en gedachten van andere mensen over mij elders. Ik laat me ook geen quasi spiritueel paradijs op een andere wereld aansmeren of het idee dat het in andere dimensies (of in een ruimteschip buiten de aarde) beter is. De aarde is mijn oermoeder. Bij haar leg ik mijn loyaliteit en daarom houd ik van het stoffelijke, materiële leven. Ik ben hier. Ik leef hier en ik wil voluit leven hier in alle situaties die zich voordoen.

7. IK HOUD MIJN AANDACHT IN HET NU.
Ouwe koeien horen in de sloot. Alles is gebeurd omdat het moest gebeuren - nutteloos om er over te piekeren. Ook vage toekomstfantasieën verspillen mijn energie. NU is verreweg het boeiendste, interessantste moment van mijn leven! Ik maak wel nuttig gebruik van mijn geheugen, maar ga niet zeuren of klagen over toen en daar. Ik probeer vroegere opponenten te vergeven. Als er toch een kwetsuur uit het verleden blijft schrijnen, dan benader ik degene die hem veroorzaakt heeft en deel ik dat gevoel. En daarna zien we wel verder.

8. ALLES EN IEDEREEN HEEFT ZIJN EIGEN TEMPO.
Ik kan niet sneller groeien dan mijn lichaam en geest aankunnen. Elk proces heeft zijn eigen tijd nodig. Een vlieg doet een hele cyclus in één dag, een kat leeft misschien vijftien jaar, het menselijke gemiddelde is vierenzeventig. Of ik nu wil leren vliegen of een goed mens worden, dat heeft allemaal oefening, geduld en toewijding nodig. Het is belangrijk dat ik een doel vaststel en dat ik dat krachtig en consequent nastreef. Ik hoef ondertussen mijn ontwikkeling niet te vergelijken met die van anderen. De wereld is al druk en gestresst genoeg. Het is niet nodig dat ik mezelf opjaag. Het scheelt al enorm als ik mijn eigen zich herhalende gewoonten en gedragspatronen eerder herken.

9. MIJN INNERLIJKE WEZEN IS HEEL DAPPER.
Door mijn geboorte heb ik mezelf een dapper geschenk gegeven. Ik houd vanuit die dapperheid mijn angsten kritisch tegen het licht. Lijdt een mens niet het meest onder 't lijden dat hij vreest? Ik wacht rustig af en ik bereid me voor, maar ik ga niet fantaseren over alle vreselijke dingen die eventueel ooit zouden kunnen gebeuren. Dat vind ik zonde van de tijd. We zien wel! Als alles goed gaat, heb ik gelukkig niet vergeefs geleden. Mocht er toevallig wèl iets akeligs gebeuren, dan heb ik tenminste niet vooraf óók al geleden. Ik hoef niet meer bang te zijn. En als ik tòch bang ben, dan màg ik bang zijn. Bij groei hoort soms tijdelijk stilstand. Niet alles hoeft in één keer goed te gaan.

10. IK HOUD ONTZETTEND VEEL VAN MEZELF.
Daarom kan ik ook van andere mensen houden. Net zoals ik houd van dieren, planten, bomen, rotsen. En alles houdt van mij. Overal is overvloed voor wie het kan zien. De zon en de maan beminnen mij. Alles is Liefde en ik ben er een deeltje van. Ik werk onophoudelijk aan mijn zelfvertrouwen. Ik hoef niet alles persoonlijk te nemen, veel mensen projecteren immers hun eigen onvolkomenheden op anderen. Wat de mens ziet van de werkelijkheid, is immers niet meer dan een subjectieve interpretatie.
